Doorgaan naar hoofdcontent

Lisa Randall. Warped Passages. Unravelling the Universe's Hidden Dimensions. London: Penguin, 2006 (2005).

Lisa Randall is kennelijk een van de belangrijkste theoretisch natuurkundigen van dit moment: tussen 1999 en 2004 werd ze door haar collega's meer geciteerd dan welke andere natuurkundige ook. In 2005 publiceerde ze dit populair-wetenschappelijke boek en ook daarvan was de ontvangst niet mis: 'Mind-bending reading... engaging and remarkably clear' meende bijvoorbeeld The New York Times, die Warped Passages dan ook nog eens uitriep tot een van de 100 boeken van het vorige jaar.

En ik vind er maar weinig aan, ik ben bang dat ik het zelfs een nogal slecht boek vind.

Het begint ermee dat Randall zich de hele tijd voor haar onderwerp lijkt te verontschuldigen. Kennelijk is een van haar interesses die van de meer-dimensionele ruimte — de werkelijkheid bestaat uit meer dan drie ruimtedimensies — maar het voornaamste wat je daarover te horen krijgt is vooral hoofdstukken lang dat het wel een heel raar idee is. Waaróm je dan geïnteresseerd zou moeten zijn in dat rare idee, blijkt pas helemaal aan het eind van het boek.

Bovendien wordt een en ander opgedirkt met dingen die ík in ieder geval niet leuk vind - hele rare, slecht vertelde verhalen over een zekere Athina en een zekere Ike, en elk hoofdstuk begint met een citaat uit de popmuziek van de jaren tachtig dat zo nietszeggend mogelijk gekozen lijkt te zijn: 'La / La la la la / La la la la / La la la la la la la la la - Simple Minds', ik verzin het niet. En dan tot slot: Randall krijgt er geen genoeg van de lezer de hele tijd aan te sporen dat ze het huidige hoofdstuk ook mag overslaan. Wat ik uiteindelijk af en toe ook maar ben gaan doen: als ik het kennelijk niet voor het plezier hoef te lezen, dan maar niet. Bovendien had ik veel van het hier opgediste ook al een keer gelezen, en veel beter, bij Brian Greene - een ex-klasgenootje van Randall trouwens, dat is dan wel weer een aardig weetje.

Hoe kan het nu dat ik het zo oneens ben met The New York Times? Je bent natuurlijk geneigd te denken dat het een soort snobisme is om zo'n boek van zo'n knappe geleerde automatisch goed en duidelijk te vinden; hetzelfde effect doet zich volgens mij ook voor bij Stephen Hawking. Maar het is natuurlijk net zo goed mogelijk dat ik nu eenmaal niet bij deze schrijfster pas, dat ze te Amerikaans voor me is, of dat ze andere dingen wil uitleggen dan ik wil horen, wie zal het zeggen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …