27.9.06

Alfred Schaffer. Schuim. Amsterdam, De Bezige Bij, 2006.

"Wat Schaffer te zeggen heeft, is niet na een keer duidelijk,' vertelt De Standaard op de achterflap van deze bundel, 'maar hoe hij het zegt is onweerstaanbaar charmant — twee redenen waarom dit prachtige poëzie is." Juist ja. Maar wat als je nu niet vatbaar bent voor die charme, hoe onweerstaanbaar ook? Het allereerste gedicht begint zo:

Hier spreekt de wetenschap, we gaan sluiten, vandaag bestaat
als gisteren als morgen, niemand die hier zonder wapens leeft:
is er nog hoop voor achterblijvers? Met fantasie een losgezongen
toestand, maar ik had niets verzonnen en jij was niet te stuiten,

Ik heb werkelijk geen idee waar het de dichter hier om te doen is; het is heus vaardig opgeschreven, er staan geen echt lelijke dingen, maar ik zie ook niet wat er mooi is. En de betekenis? Dit is wat de dichter erover zegt in een interview:

Het gedicht 'Waar je ook bent, je hebt niets gezien' is bijvoorbeeld een aanklacht tegen mediageweld dat dramatische gebeurtenissen plat maakt. Met de tsunami (...) waren toeristen gemoeid en het gebeurde tijdens kerst, dat zorgde voor veel aandacht. Op dat moment waren we erg begaan, we openden gironummers, keken naar televisieprogramma's, maar daarna was het afgelopen en bestond het niet meer. Mediageweld creëert een short attention span. Maar dramatische gebeurtenissen vinden constant plaats. Nu is er volgens mij een flinke overstroming in Noord-Korea, maar we horen er niets over. Onze aandacht is misschien wel oprecht, maar niet doorvoeld..

Wat een triviale gedachte! En wordt die dan onnodig duister verwoord.

Geen opmerkingen: