10.9.06

Thomas Mann. Der Tod in Venedig. Frankfurt: Fischer, 2005 (1913).

Wie gaat er dood in Venetië? Er vindt een strijd op leven en dood plaats, dat is zeker, tussen de vijftigjarige schrijver Gustav Achenbach en de door hem in stilte aanbeden veertienjarige Poolse jongen Tadzio. Alleen al door de titel hangt er over dit hartstochtelijke liefdesverhaal de hele tijd een dreiging waardoor je denkt dat een van de twee eraan zal gaan: er heerst dood en verderf in de stad, Tadzio is een ziekelijke jongen en wordt in een vriendschappelijk spel met een andere Poolse jongen bijna gewurgd, en toch is het Aschenbach die het loodje legt.

Der Zauberberg of Dr. Faustus: ik ben eraan begonnen maar nooit verder gekomen dan laten we zeggen bladzijde 10. Het was (ahum) een goed idee van mij om dan eens eerst een korter werk te lezen, deze novelle. Ook nu moest ik even wennen, maar toen ik eenmaal gewend was, dacht ik eerst te begrijpen dat Thomas Mann de Duitse Couperus was: dezelfde romantische gedachten over Italië en over het schrijverschap, en minstens even fraaie zinnen. Maar gaandeweg kreeg ik door dat Mann een verhaal schreef dat Couperus nooit had kunnen schrijven, zo eerlijk en zo hartverscheurend, met zulke prachtige scènes en beschrijvingen van dingen die ik nooit eerder beschreven zag. Als Aschenbacher bijvoorbeeld op een dag besloten heeft dat het beter is zijn hotel in Venetië te verlaten en door te reizen naar een andere stad, omdat hij nog niet in de gaten heeft dat hij verliefd is op Tadzio, en de volgende morgen dat besluit tegen zijn zin moet uitvoeren: de opluchting die hij dan voelt als hij merkt dat zijn bagage de verkeerde kant op is gestuurd en dit hem een excuus geeft om te blijven waar hij wil blijven. Het verbergen van een gevoel van opluchting over iets waarvan iedereen vermoed dat je het heel naar moet vinden: daarover heb ik nog nooit iets gelezen. Toch maar weer eens aan Der Zauberberg of Dr. Faustus beginnen.

Geen opmerkingen: