Doorgaan naar hoofdcontent

Thomas Mann. Der Tod in Venedig. Frankfurt: Fischer, 2005 (1913).

Wie gaat er dood in Venetië? Er vindt een strijd op leven en dood plaats, dat is zeker, tussen de vijftigjarige schrijver Gustav Achenbach en de door hem in stilte aanbeden veertienjarige Poolse jongen Tadzio. Alleen al door de titel hangt er over dit hartstochtelijke liefdesverhaal de hele tijd een dreiging waardoor je denkt dat een van de twee eraan zal gaan: er heerst dood en verderf in de stad, Tadzio is een ziekelijke jongen en wordt in een vriendschappelijk spel met een andere Poolse jongen bijna gewurgd, en toch is het Aschenbach die het loodje legt.

Der Zauberberg of Dr. Faustus: ik ben eraan begonnen maar nooit verder gekomen dan laten we zeggen bladzijde 10. Het was (ahum) een goed idee van mij om dan eens eerst een korter werk te lezen, deze novelle. Ook nu moest ik even wennen, maar toen ik eenmaal gewend was, dacht ik eerst te begrijpen dat Thomas Mann de Duitse Couperus was: dezelfde romantische gedachten over Italië en over het schrijverschap, en minstens even fraaie zinnen. Maar gaandeweg kreeg ik door dat Mann een verhaal schreef dat Couperus nooit had kunnen schrijven, zo eerlijk en zo hartverscheurend, met zulke prachtige scènes en beschrijvingen van dingen die ik nooit eerder beschreven zag. Als Aschenbacher bijvoorbeeld op een dag besloten heeft dat het beter is zijn hotel in Venetië te verlaten en door te reizen naar een andere stad, omdat hij nog niet in de gaten heeft dat hij verliefd is op Tadzio, en de volgende morgen dat besluit tegen zijn zin moet uitvoeren: de opluchting die hij dan voelt als hij merkt dat zijn bagage de verkeerde kant op is gestuurd en dit hem een excuus geeft om te blijven waar hij wil blijven. Het verbergen van een gevoel van opluchting over iets waarvan iedereen vermoed dat je het heel naar moet vinden: daarover heb ik nog nooit iets gelezen. Toch maar weer eens aan Der Zauberberg of Dr. Faustus beginnen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…