Doorgaan naar hoofdcontent

Steven Levitt and Stephen Dubner. Freakonomics. A Rogue Economist Explores the Hidden Side of Everything. New York: Harper Torch, 2005 (2006)

Volgens Steven D. Levitt wordt de economische wetenschap vooral gekenmerkt door een verzameling methoden, en verder door aandacht voor een specifiek onderwerp: prikkelingen. Maar prikkelingen zijn niet per se financieel, en dus kun je die economische methoden van zeer geavanceerde statistiek over grote verzamelingen gegevens ook op andere onderwerpen toepassen. En zo kun je bewijzen dat leraren in Chicago of sumo-worstelaars in Japan af en toe frauderen: er duiken eigenaardigheden op in de testscores van hun leerlingen of hun winst-verlieskansen in bepaalde wedstrijden die niet anders te begrijpen zijn.

Ik weet maar weinig van economie, en dit boekje geeft wel een aardige inleiding in een bepaalde manier van denken. Afgezien van de afgrijselijke titel is het ook goed geschreven. Duidelijk. Niet te traag en niet te snel. Vlot zonder ontsierd te worden door al te opzichtige Amerikaanse humor.

Wel heeft de structuur een enkele keer de inhoud weggeduwd. Volgens de flaptekst — en iets soortgelijks wordt ook in het boek zelf beweerd — begint Levitt gewoonlijk "with a mountain of data and a simple, unasked question". Maar vervolgens wordt de lezer geacht te geloven dat een zo'n vraag is 'What do school teachers and sumo wrestlers have in common?' Het antwoord is dus dat ze beide bedrog plegen; maar dat iemand met precies deze vraag zijn onderzoek begint, dat is wel heel onwaarschijnlijk. Het lijkt toch meer een vraag die achteraf de resultaten aardig kan samenvatten in een afgerond hoofdstukje.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…