26.11.06

Amos Oz.De derde toestand. Amsterdam: De Bezige Bij, 2006 (Hamatsav hasjlisji, 1991).

Fima is een man van middelbare leeftijd die ook niet weet wat hij met zijn leven moet. Hij heeft een baantje in een abortuskliniek, maar dat is eigenlijk ver onder zijn niveau. Hij schrijft stukjes voor de krant, maar dat is ook ver onder zijn niveau. Hij rommelt wat met vrouwen, met de vrouw van zijn beste vriend bijvoorbeeld, maar, ach, hij zou zoveel beter kunnen. Ooit was hij veelbelovend, een dichter, een vrouwenverslinder, en moet je hem nu eens zien, zijn vrienden en zijn ex-vrouw en zijn vader vooral tot last, nooit in staat contant te betalen, wonend in een huis waar vooral de chaos lijkt te heersen. Aan het eind van het boek gaat de vader dood, en is Fima ineens in goede doen, maar je weet: dit komt toch nooit meer goed.

Waarom zou je zo'n boek lezen? Dat vraag je je de eerste honderd bladzijden af. Maar gaandeweg word je door die persoon, door die Fima, gegrepen, en vooral door de enorme suggestie van werkelijkheid en echtheid die van het boek uitgaat: bijna niet te geloven dat zo'n complete en complexe persoon voortkomt uit het hoofd van weer een andere complete en ongetwijfeld ook complexe persoon. De laatste vijftig bladzijden begin je je treurig te voelen dat je afscheid moet nemen van die rare, ongemakkelijke Fima.

Geen opmerkingen: