Doorgaan naar hoofdcontent

Bill Buford. Heat. An Amateur's Adventures as Kitchen Slave, Line Cook, Pasta-Maker, [...]. New York: Alfred A. Knopf, 2006.

Bill Buford was een succesvolle schrijver en journalist, maar hij wilde leren koken. Daarom meldde hij zich eerst aan bij de keuken van de gevierde chefkok Mario Batali in New York en later bij de al even gevierde Toscaanse slager Dario Cecchini. Aan het eind van het boek zegt Batali tegen hem dat hij wel een eigen restaurant zou kunnen beginnen — maar toch is Buford kennelijk weer gaan schrijven.

Hoe gaat het eraan toe in een professionele keuken? Hoe leven mensen die leven voor het lekkere eten? Dat zijn mooie onderwerpen om over te schrijven, en Buford, die voor de New Yorker werkt, weet ook heus wel hoe hij een boek moet vullen.

Toch viel Heat me alles bij elkaar een beetje tegen. Er zit wat weinig structuur in: de ervaringen in de keuken en de slagerij en de biografieën van de chefkok en de slager worden op elkaar gestapeld. En je voelt wat weinig van de passie die al die keukenslaven drijft. Het komt allemaal misschien doordat Buford zichzelf wel erg buiten beeld houdt: hij vertelt wel wat over zijn ervaringen in de pastakeuken, hij verhaalt wel over hoe hij zelf een varken helemaal uit elkaar sleutelt, en af en toe krijg je ook wel even zijn vrouw te zien; maar waarom iemand nu precies van schrijver tot kok wil worden en wat er nu precies zo aantrekkelijk is aan een goedgemaakte maaltijd, daar had hij wel wat meer over mogen vertellen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…