Doorgaan naar hoofdcontent

Gerrit Krol. Beitelen aan de eeuwigheid. Essays. Amsterdam: Em. Querido, 2006.

Gelukkig publiceert Gerrit Krol nog af en toe boeken, al heeft hij een tijdje aangekondigd dat hij niet meer schrijven kan vanwege Parkinson. Beitelen aan de eeuwigheid bevat essays die grotendeels eerder in de krant zijn verschenen, over Krols lievelingsonderwerpen: de relatie tussen alfa- en betakennis, de doodstraf, de wiskunde. Krol is al heel lang een van mijn favoriete hedendaagse Nederlandse schrijvers — hier schreef ik eerder over Rondo Veneziano en De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels en elders over Het gemillimeterde hoofd (en in datzelfde stukje over 60.000 uur. De stijl is in deze essays dezelfde, de manier van redeneren ook. De wiskunde is af en toe nog steeds even onzinnig als in eerder werk, maar het gaat natuurlijk ook helemaal niet om de wiskunde, het gaat om de stijl, om die krakend-witte stijl. Als ik met pen schrijf op papier, schrijf ik graag op ruitjespapier, met kleine vierkante ruitjes. Het werk van Krol is op zulk papier geschreven, beter kan ik het niet uitdrukken:

Het strikken van veters. Zo'n nederige, laag-bij-de-grondse activiteit — geen mens die er geen ervaring mee heeft. De meesten zullen zich de eerste keer niet herinneren. Ik wel. Op het schoolplein. Dat was toen een van mijn veters loszat en ik hem niet kon strikken omdat, zo bekende ik, mijn moeder dat altijd voor me deed. Zodat ik flink werd uitgelachen.

Gezeten op de stoeprand, naast elkaar, zodat wij er hetzelfde oog op hadden, deed een vriendje het mij voor. Ik keek toe, en hij keek toe toen ik het zelf probeerde. Als ik mij nu realiseer hoe ingewikkeld die reeks van handelingen is, met al die vingers, begrijp ik niet hoe ik het kunstje toen toch na een paar keer onder de knie had. Zonder handleiding. Handigheid zit vaak in je vingers, meer dan in je hoofd en daarom is het kennis-die-in-je-vingers-zit; het zijn je vingers die het weten.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…