Doorgaan naar hoofdcontent

Joke J. Hermsen. De profielschets. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2005 (2004).

Bij de filosofische faculteit in Amsterdam moet er nu toch eindelijk een profielschets komen voor een nieuwe hoogleraar. Op vrijdagmiddag 19 januari — dat moet wel in 2007 zijn als het niet 2001 was — om 15.00. We volgen drie mensen op die dag: een hoogleraar - Don Juan, zijn vrouw, en een jonge vrouwelijke geleerde die van postdoc-plaats naar postdocplaatst drijft en ook wel weet dat ze nooit serieus genomen wordt. De hoogleraar denkt dat hij zijn zaakjes goed voor elkaar heeft, maar krijgt aan het eind het lid op zijn neus, met de postdoc lijkt het uiteindelijk op het eind allemaal wel goed te komen, en ook de vrouw van de hoogleraar neemt waarschijnlijk wel de juiste beslissing om bij die man weg te gaan.

Het is wel een aardig verhaal, vooral vanwege de satire op het gekonkel in het wetenschapsbedrijf, maar De profielschets is niet een boek om je lang te herinneren. Het is niet enorm goed geschreven: een enkele keer vliegt de schrijfster wat mij betreft echt uit de bocht (ze laat iemand denken dat ze 'haar stinkende best' gaat doen, 'Ergens heeft ze vertrouwen in de verpleegster' schrijft ze... nou ja, ergens) en verder is het allemaal een beetje flets en het verhaal ontwikkelt zich een beetje flauw. De Don Juan krijgt echt letterlijk aan het einde, patsboem, ineens lik op stuk; het was geloof ik grappiger geweest als je hem langzaam had zien verdwijnen in de ellende.

Karikaturaal zijn de personen ook - de hoogleraar is emotioneel wel heel arm, dat zijn vrouwtje bij hem blijft komt wel heel eenduidig doordat ze in haar jeugd uit de relatie met haar vader de conclusie heeft getrokken dat moeizame verhoudingen de echte liefde zullen moeten zijn. Maar zo grappig karikaturaal als Onder professoren en Uit talloos veel miljoenen, daar denk je onwillekeurig toch aan, is het boek ook weer niet.

Maar wat zit ik nou te klagen, ik heb een paar genoeglijke uurtjes gehad - klaar.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…