Doorgaan naar hoofdcontent

Orhan Pamuk. Istanbul. Memories of a city. London: Faber and Faber, 2005.

Orhan Pamuk is vast een heel sympathieke man. Waarschijnlijk is hij ook een begenadigd romanschrijver. Istanbul is alleen jammer genoeg niet echt een boek dat het laatste bewijst, al schemert er wel iets door van het eerste.

Dit jaar heeft Pamuk de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen, maar voor een belangrijk deel vult hij Istanbul vooral met gebabbel. Hij toont een foto (hij toont letterlijk een foto, die foto staat dus afgedrukt in het boek!) waarbij hij bij zijn vader op schoot zit, en hij schrijft erbij: "Hier zit ik bij mijn vader op schoot." Je ziet hem met zijn broertje, en je leest dat hij vaak ruzie had met zijn broertje. Daarnaast vertelt hij hoe zijn gezin vroeger met de auto langs de Bosporus reed. Ja, mensen, kom daar nu nog eens om, nu is alles veel lelijker geworden.

Helemaal eerlijk ben ik nu misschien niet over het boek — er staan ook stukken in die ik wel interessant vind, over vroeg-twintigste eeuwse schrijvers bijvoorbeeld, die worstelden met de spanning tussen het oude Ottomaanse rijk en het nieuwe Westen. De encyclopedieschrijver, bijvoorbeeld, die erachter komt dat zijn 'Encyclopedie van Istanbul' ondanks de beperking van de stof tot een stad, toch niet door één man behapt kan worden, en die dan steeds meer voor zijn plezier begint te schrijven — over mooie matroosjes. Maar alles bij elkaar ben ik er toch niet heel erg van onder de indruk; terwijl ik zo graag over Istanboel wilde lezen!

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …