Doorgaan naar hoofdcontent

Piet Gerbrandy. Krang en zing. Amsterdam: Contact, 2006.

De vorige bundel van Piet Gerbrandy, Drievuldig, feilloos, vals, bewonderde ik, en dus was het logisch dat ik deze bundel kocht. En ook Krang en zing is weer een feest van taal:

Elke koude profeteert longkoorts elk
spasme is van leegloop elk ontschieten van laatst
vergeten de bode die grinnikt om jouw goedgelovigheid.

Dwing ik mij haar te willen stuit mij onlust in de maag.
Dring ik in slaap niet door droom ik vrieshelder van narcose.
Zoek ik vergeefs naar lemmata lexica weven vitrages
van ijs voor vensters die uitzien.

Ieder lekken van pis dioxine geclassificeerde
gevoelige data je iris je handlijn je geilheid
je genprent iedere doding op klaarlichte ochtend

opend luiken op totaalbrand op uiteindelijke lossing
van dilemmata en vragen en verdwijnen.

LEK

Toch ben ik deze keer niet zo onder de indruk als bij de vorige bundel. Waarom niet? Misschien wordt het allemaal wel een beetje veel; bij dit soort gedichten heb je voor lange tijd genoeg, maar hier staan er vijftig in of daaromtrent. Om dat allemaal goed tot je te laten doordringen, zou je een paar maanden in dezelfde bundel moeten blijven lezen, en daar ben ik te onrustig voor. Maar er is meer: de bundel is ook wel erg geconstrueerd. Elk gedicht eindigt met een groot gedrukt eenlettergrepig woord — dat je bijvoorbeeld kunt lezen als een imperatief — dat functioneert als een omgekeerde titel; er zijn verschillende afdelingen, die omsloten worden door meerlettergrepige woorden en Latijnse citaten. Dat is wel een beetje erg kunstzinnig, en er zijn weinig momenten voor gevoelsuitstortingen: er is iets te veel krang in de bundel, en net iets te weinig zing.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…