Doorgaan naar hoofdcontent

Gerard Reve. Oud en eenzaam. Amsterdam: Marten Muntinga, 1987 (1978),

Als ik ziek ben, wil ik geen verrassingen, en dus herlees ik dan liever dan dat ik lees. Oud en eenzaam van Gerard Reve bijvoorbeeld. Hoe lang geleden is het niet dat ik dat gelezen heb? Deze druk is twintig jaar oud, en misschien heb ik hem wel gekocht toen hij verscheen.

Ik kon me er ook weinig van herinneren: het boek was bijna een kennismaking met een nieuwe Reve, en dus toch nog een verrassing (gelukkig was ik snel weer beter): misschien is dit wel de ernstigste Reve, een boek waarin hij mooi en klassiek formuleert en bijna nergens ironisch of barok wordt. De titel is de uitzondering.

De schrijver herinnert zich hoe hij een paar jaar eerder in Frankrijk een huis aan het bouwen was, een mooie jongen zag en deze jongen volgde naar een afgelegen hoeve. Tijdens deze gebeurtenis herinnerde hij zich weer andere dingen: hoe hij in de jaren vijftig een heilloze verhouding had met een jonge Engelse actrice, en hoe hij in zijn jeugd tijdens een communistische vakantieweek gaat kanoën met een jongetje.

Die samenvatting doet het boek geen recht, want Oud en eenzaam gaat vooral over sfeer: over beklemming, over eenzaamheid, over nergens bijhoren. Hoe kan je ergens bijhoren als je homoseksuele en sadistische gevoelens hebt? En hoe kun je zulke gevoelens niet hebben als je onder het communisme bent opgegroeid, die verschrikkelijke heilsleer waarin verhalen over door kapitalistische beulen gemartelde jongelingen de enige uitklep waren voor lichamelijke gevoelens?

Ook die retorische vragen doen het boek geen recht, ze maken de subtiele gevoelens die gedragen verwoord worden weer een beetje belachelijk. Niemand heeft in de twintigste eeuw geen fraaier Nederlands geschreven dan Reve.

Toch was er een stijlfiguur die me gaandeweg een beetje begon tegen te staan: beschrijvingen waarbij de auteur het heeft over 'X of Y':

Maar nu zag ik hem: hij kwam van achter het houten hokje te voorschijn met een groot doek of dekzeil dat hij, worstelend met de wind, op de een of andere wijze over het deksel van de kar begon te spannen.

Dat is een mooie figuur, het maakt juist door die aarzeling, de beschrijving preciezer of realistischer. Maar de schrijver past hem wel vaak toe. Tegen het eind zelfs meerdere keren op één bladzijde:

wat deze jongen nu aan het lezen was, of doorbladerde (...)


terwijl hij nu in werkelijkheid op zijn gemak iets lag te lezen, of plaatjes te kijken

in een geïlustreerd tijdschrift, een catalogus van sportverhalen of een of ander onnozel boekje met beeldverhalen

Maar ach, hoe zou je verder over de taal van Reve klagen. Misschien is dit wel hét meesterwerk van Reve, mooier dan De Avonden of Moeder en Zoon of Bezorgde Ouders. Misschien is dit wel een van de hoogtepunten van de Nederlandse literatuur.

Eerder schreef ik hier over Het Boek van Violet en Dood.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…