Doorgaan naar hoofdcontent

Kluun. Komt een vrouw bij de dokter. Amsterdam: Podium, 2006 (2003).

Een nogal platte man die weinig van zichzelf begrijpt en ook weinig van zichzelf wil begrijpen, die zich in geestelijke nood uiteindelijk liever wendt tot een medium in een rijtjeshuis in Buitenveldert, die zich een boek lang uitdrukt in een idioom dat verraadt dat het vinden van een pakkende zin wel het laatste is waar hij zich mee bezig wil houden; een man die zijn voedsel betrekt van Albert Heijn en zijn pakken van Joop!, die met zijn collega's naar Miami gaat om daar met een Amerikaanse in bed te belanden, en met zijn vriendin naar een Club Med in Zuid-Frankrijk om daar over hun relatie te praten; zo'n man vertelt in dit boek over de dood van zijn vrouw, aan kanker. De schrijver doet er alles aan om te suggereren dat er weinig verschil is tussen de Stijn die hij beschrijft en de Kluun die hij heet te zijn. Zijn hele verhaal is in dezelfde rommelige en oppervlakkige stijl geschreven; en hij is marketingman genoeg geweest om van zijn boek een grote bestseller te maken.

Dat boek wilde ik ook weleens lezen. Als het niet zo'n waanzinnig succes geweest en als het me ook niet was aangeraden door iemand op wiens oordeel ik vertrouw had ik het waarschijnlijk na twintig bladzijden weggelegd: waarom zou ik me bezighouden met de gedachtewereld van iemand zonder gedachten en zonder wereld? Je gaat toch geen boek lezen van iemand alleen omdat die persoon iets ergs heeft meegemaakt? Maar ik moet iets bekennen: na een paar uur had ik het boek uit, en van de laatste scène — de vrouw is overleden in zijn armen, hij sms't zijn vriendin om haar te vragen op de begrafenis te komen — kreeg ik tranen in mijn ogen. Hoe is het om een wat oppervlakkige man te zijn en iets verschrikkelijks mee te maken? Daar lees je bijna nooit iets over, maar wel in Komt een vrouw bij de dokter.

Reacties

ramon zei…
Eindelijk eens een goede recensie over dat boek! Eens niet een stukje dat Kluun de hemel in schrijft maar inderdaad iets over het gemak van de oppervlakkigheid. Ik heb het vervolg helaas ook gelezen, maar begin er niet aan, wat je vrienden ook zeggen!

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …