Doorgaan naar hoofdcontent

Nick Hornby. A Long Way Down. London: Penguin, 2006 (2005).

Er zijn populaire plekken voor zelfmoord: bovenop een toren bijvoorbeeld. Er zijn populaire dagen voor zelfmoord: oudjaarsavond bijvoorbeeld. Wie dus op oudjaarsavond zelfmoord gaat plegen door van een toren in Noord-Londen te springen, moet er rekening mee houden dat hij anderen tegenkomt met hetzelfde plan. Dat gebeurt de vier hoofdpersonen van dit boek van Nick Hornby dan ook: ze komen elkaar tegen, en daardoor verdwijnen de zelfmoordplannen langzaam maar zeker naar de achtergrond.

Ondanks het wat zware thema is dit wel weer een echte Hornby: luchtig, met geschreven met levenslust en taalgevoel (eerder las ik van hem About a Boy en The polysyllabic spree). Je kan je niet aan de indruk onttrekken dat Hornby van het leven houdt, en dat hij daar gelijk aan heeft. Je kan je ook niet aan de indruk onttrekken dat hij de taal liefheeft, en daar heeft hij ook gelijk in.

Soms is dat taalgevoel een beetje storend. Dit verhaal wordt om en om verteld of opgeschreven door de hoofdpersonen (al weet ik niet waarom zij dat opschrijven) en ze hebben allemaal een eigen toontje. Alleen geven ze daar dan ook commentaar op, zoals dat een van hen, Jess, het zo onhandig vindt, dat ze niet weet waar ze de aanhalingstekens moet zetten. Maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door zinnen als:

Jess had called an extraordinary meeting for four o'clock, in the vast and invariably empty basement of the Starbucks in Upper Street, one of those rooms with a lot of sofas and tables that would feel exactly like your living room, if your living room had no windows, and you only ever drank out of paper cups that you never threw away.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…