Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. Portnoy's Complaint. New York: Fawcett Crest, 1985 (1969).

Ik ga alle boeken van Philip Roth lezen in mijn leven. Eerder besprak ik hier American pastoral, Everymanl, The dying animal en The plot against Americal. Ik las ook The human stain en Operation Shylock. Later dit jaar komt er naar verluidt weer een nieuwe roman, maar intussen probeer ik af en toe ook in te halen: er zijn al tientallen boeken verschenen die ik nog lezen moet.

Ik ben nu maar met Portnoy's Complaint begonnen, Roths beroemdste. Ik moet toegeven dat ik het vooral als een curiosum las, een vroeg werk waarin je thema's uit zijn latere werk weerspiegeld ziet. Zo wordt er ergens melding gemaakt van een zeer succesvolle oom die door de buurt als onjoods succesvol werd gezien — een thema in American pastoral. En ergens wordt terloops melding gemaakt van een Afro-jewish kapsel — iets wat in The human stain van groot belang wordt.

Als het boek op zichzelf had gestaan, als ik al niet een verklaard bewonderaar van Roth was geweest, had ik het misschien niet zo snel uitgelezen. Het is zo, hoe zal ik het zeggen, het is zo puberaal zoals de jaren zestig puberaal waren: een man van 33 die zich nog met zoveel woede afzet tegen zijn ouders. Wat mooi is aan de latere boeken van Roth, vind ik, is de totale compassie met andere mensen; die compassie ontbreekt hier. We zien het hele verhaal vanuit een egomane persoon.

Toch zet het verhaal ook wel aan het denken. Je leest weleens dat de problemen die sommige jonge immigranten in de Nederlandse samenleving hebben, vooral voortkomen uit het feit dat ze zien dat hun goedwillende hardwerkende vaders totaal geen respect krijgen in de samenleving, en misschien ook wel geen respect verdienen. Daarover gaat Portnoy's Complaint óók — het geeft misschien wel een uniek inkijkje in een dergelijke toestand.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …