Doorgaan naar hoofdcontent

Kurt Vonnegut. Slaughterhouse-Five. New York: Random House, 1991 (1969).

Vorige week was ik in New York en zag er een musical (The Lion King) en een opera (Die Zauberflö) die allebei geregisseerd waren door dezelfde poppenspeelster (Julie Taymor). Zij maakte in de musical en de opera gebruik van dezelfde techniek: een poppenspeler komt op met een levensgrote, of soms meer dan levensgrote pop. De poppenspeler staat erachter, je ziet dat hij zijn mond beweegt als de pop iets zegt, je ziet hoe hij de pop manipuleert. En toch maakt die pop een levensechte indruk.

In New York kocht ik ook A Man Without A Country van Kurt Vonnegut. Ik raakte er zo door gecharmeerd dat ik meteen ook zijn bekendste boek kocht, Slaughterhouse-Five.

Eerder had ik dat boek niet gelezen, eigenlijk omdat ik om de een of andere reden dacht dat het een flauwe tegenhanger van Catch-22 zou zijn, van Joseph Heller.

Dat is helemaal niet zo: Vonnegut is veel wanhopiger dan Heller. Vonnegut kan echt geen grap maken waarin je niet de bommen op Dresden hoort vallen. Als Amerikaans soldaat, krijgsgevangen genomen door de Duitsers, heeft hij dat bombardement meegemaakt en als een van de weinigen overleefd. Slaughterhouse-Five gaat op een heel ingewikkelde manier over hoe je zoiets nooit meer te boven komt.

Een van Vonneguts technieken lijkt op Julie Taymor: hij zet een soort karikaturale persoon in, Billy Pilgrim. (Ik denk dat die naam een tegenhanger moet zijn van zijn eigen naam: 'Vonnegut' klinkt natuurlijk nogal Duits, maar wat kan er nu Amerikaanser zijn dan 'Pilgrim'?) Door zijn enigszins verwarde ogen zien we het verhaal maar af en toe laat Vonnegut even weten dat hij er ook nog is: dan vertelt hij dat een andere soldaat in Pilgrims omgeving in paniek raakte, en dat hij dat was, hij, de verteller van het verhaal.

Nog zo'n truuk: elke keer als iemand doodgaat in het verhaal, zegt hij erbij 'So it goes'. Dat is alsof je elke keer een belletje laat rinkelen: je wordt weer attent gemaakt op nog een dode. En doden zijn er veel te veel, in dit verhaal en in het werkelijke leven.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…