Doorgaan naar hoofdcontent

Siegfried E. van Praag Een schrijver en zijn werk. Ingeleid door Rico Bulthuis. Den Haag: Leopold, 1969.

Siegfried van Praag is een schrijver van wie ik wel had gehoord, maar van wie ik misschien net zo min ooit iets zou lezen als van, pakweg, Aart van der Molen, als ik Siegfrieds achternicht niet had leren kennen.

Ik ben een paar weken gelden al in een dikke roman van hem begonnen, La Judith, maar die vond ik te zwaar om mee te nemen in het vliegtuig. Dus heb ik dit boekje meegenomen - een keuze uit zijn werk, verschenen ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, en ingeleid door Rico Bulthuis.

Die inleiding geeft je het idee dat we hier te maken hebben met een interessante persoonlijkheid, met een interessant leven: iemand die ervoor koos om zijn levenlang overal een beetje buiten te staan en die zo de hele twintigste eeuw heeft mogen beschouwen. Dat komt niet doordat die inleiding zo goed geschreven is, want dat is hij niet; maar Bulthuis maakt wel duidelijk dat het mooi zou zijn als iemand wél een mooie biografie over Van Praag zou schrijven.

De fragmenten wijzen er dan wat mij betreft weer op dat het jammer is dat Van Praag dat zelf niet meer heeft gedaan. Hoewel hij in de jaren dertig tamelijk beroemd werd met historische romans die zich afspelen in Frankrijk, is zijn beste werk ofwel essayistisch ofwel een beschrijving van gebeurtenissen die dicht bij hem moeten hebben gestaan. Er staat bijvoorbeeld een ontroerende beschrijving in van de olifanten in Artis — ontroerend vooral omdat hij zo gedetailleerd is — en het mooiste verhaal vind ik het verhaal over twee biologieleraren, Meyer en Pekelman, die elkaar allebei naar het leven staan. Van Praag was zelf gedurende twee perioden van zijn leven leraar Frans.

Ik zal de komende jaren nog wel wat meer Van Praag lezen, denk ik: La Judith, dus, en Seizoenen, waar dat verhaal over die leraren uit komt, en ook zijn kennelijke magnum opus Jeruzalem van het Westen.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…