1.3.07

Siegfried E. van Praag Een schrijver en zijn werk. Ingeleid door Rico Bulthuis. Den Haag: Leopold, 1969.

Siegfried van Praag is een schrijver van wie ik wel had gehoord, maar van wie ik misschien net zo min ooit iets zou lezen als van, pakweg, Aart van der Molen, als ik Siegfrieds achternicht niet had leren kennen.

Ik ben een paar weken gelden al in een dikke roman van hem begonnen, La Judith, maar die vond ik te zwaar om mee te nemen in het vliegtuig. Dus heb ik dit boekje meegenomen - een keuze uit zijn werk, verschenen ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag, en ingeleid door Rico Bulthuis.

Die inleiding geeft je het idee dat we hier te maken hebben met een interessante persoonlijkheid, met een interessant leven: iemand die ervoor koos om zijn levenlang overal een beetje buiten te staan en die zo de hele twintigste eeuw heeft mogen beschouwen. Dat komt niet doordat die inleiding zo goed geschreven is, want dat is hij niet; maar Bulthuis maakt wel duidelijk dat het mooi zou zijn als iemand wél een mooie biografie over Van Praag zou schrijven.

De fragmenten wijzen er dan wat mij betreft weer op dat het jammer is dat Van Praag dat zelf niet meer heeft gedaan. Hoewel hij in de jaren dertig tamelijk beroemd werd met historische romans die zich afspelen in Frankrijk, is zijn beste werk ofwel essayistisch ofwel een beschrijving van gebeurtenissen die dicht bij hem moeten hebben gestaan. Er staat bijvoorbeeld een ontroerende beschrijving in van de olifanten in Artis — ontroerend vooral omdat hij zo gedetailleerd is — en het mooiste verhaal vind ik het verhaal over twee biologieleraren, Meyer en Pekelman, die elkaar allebei naar het leven staan. Van Praag was zelf gedurende twee perioden van zijn leven leraar Frans.

Ik zal de komende jaren nog wel wat meer Van Praag lezen, denk ik: La Judith, dus, en Seizoenen, waar dat verhaal over die leraren uit komt, en ook zijn kennelijke magnum opus Jeruzalem van het Westen.

Geen opmerkingen: