Doorgaan naar hoofdcontent

Frans de Waal. De aap in ons. Waarom we zijn wie we zijn. Amsterdam/Antwerpen: Contact, 2006 (2005).

De aggressieve chimpanzee staat niet het dichtst bij ons van alle primaten; de vredelievende bonobo komt even dicht in de buurt. Bij chimpanzees draaien de sociale structuren om de mannetjes met hun onderlinge machtsgevechten; bij bonobo's gaat het om de vrouwtjes die alles met verzoening en seks oplossen. Wij mensen hebben twee spiegelbeelden, zijn 'bipolaire' apen en kunnen veel over ons zelf leren door naar beide voorouders te kijken.

Dat is de strekking van De aap in ons van de Nederlands-Amerikaanse aapkundige Frans de Waal, van wie ik eerder The ape and the sushimaster las. Ik wilde bijna schrijven dat dit laatste boek op mij veel meer indruk maakte, maar ik lees nu in mijn bespreking van toen dat ik van dat boek ook helemaal niet zo weg was. Gek is dat, ik herinner me het veel positiever.

Laat ik daarom nu maar documenteren dat ik De aap in ons ook niet zo'n geweldig boek vind. Het is een beetje rommelig gestructutreerd, verschillende beweringen komen enkele malen terug, en je hebt het idee dat het kernidee ook wel wat kernachtiger had kunnen worden uitgedrukt: niet in een boek van 250 pagina's, maar van 125 of daaromtrent. Ik vind dat kernidee ook nog eens niet zo sterk. Kennelijk hebben de chimpanzee en de bonobo een gemeenschappelijke voorouder (Pan) en is de homo sapiens eerder afgesplitst. Het is daarmee helemaal niet zo duidelijk dat de mens tussen die andere twee in zou moeten staan, en dat maakt het hele zoeken van vergelijkingen eigenlijk niet veel meer dan een spelletje. Tegelijkertijd neem je die apen daarmee niet zo heel erg serieus, als je hun gedrag alleen maar beschrijft in zoverre het betrekking heeft op de mens.

Er kwam nog een ergernisje bij doordat ik het boek in vertaling las, en die vertaling is heel slecht. Niet alleen doordat de vertaler denkt dat 'liberals' hetzelfde is als 'liberalen', of 'scientists' hetzelfde als 'wetenschappers' (zodat De Waal lijkt te beweren dat hij op een congres van postmodernistische geleerden een van de weinige wetenschappers was), maar ook doordat allerlei voor de Nederlandse lezer overbodige mededelingen over het geboorteland van de auteur, of voor niet-Engelstaligen overbodige toevoegingen zoals dat het woord voor 'tongzoen' verwijst naar Frankrijk, gewoon zijn blijven staan. Het boek maakt daarmee een beetje een achteloze indruk.

Reacties

Kor Bronts zei…
Geachte heer Van Oostendorp, over achteloze indruk gesproken, die indruk kreeg ik van uw recensie. Het Engelse woord aggressive wordt in het Nederlands vertaald: agressieve. Het Engelse woord chimpanzee wordt in het Nederlands vertaald: chimpansee. En rommelig gestructutreerd is wel erg rommelig. Gestructureerd is minder rommelig en nog goed Nederlands ook.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …