1.4.07

Nachoem W. Wijnberg Liedjes. Amsterdam: Contact, 2006.

Nachoem Wijnberg is een geleerd man en een gelauwerd dichter, en zijn bundel Liedjes is allerwegen geprezen als een van de belangrijkste bundels van het vorige jaar. Hoe komt het dan dat ik er geen vinger op kan leggen? Zijn liedjes zijn voor mij als olijfolie: ik kan het niet vatten, het glipt almaar weg. Ik neem één zo'n liedje, en probeer er grip op te krijgen:

liedje

De meisjes gaan op weg
zij wuiven naar elkaar
terwijl zij vlak bij elkaar staan,
een mooie dag om niet ver weg te gaan,
terug voordat het donker is.

Het doet me van alle dichtstijlen die ik ken, nog het meest denken aan een haikoe: een observatie die in een zeer kort bestek in een bespiegeling verkeert. Maar waar gaat die bespiegeling over? En hoe zou het gedicht veranderen als we bijvoorbeeld de laatste zin zouden verwijderen? Of de een na laatste?

Er is een documentaire over deze bundel. Ik zou die graag willen zien, maar mijn MacBook wil hem niet afspelen. Jammer, zo blijft het raadselachtig — aan de bundel alleen heb ik kennelijk niet genoeg. Er wordt tegen me gepraat, of gezongen, zo je wilt, maar ik begrijp de strekking van het gezegde of gezongene niet.

Geen opmerkingen: