Doorgaan naar hoofdcontent

Siegfried E. van Praag La Judith. Den Haag: Leopold, 1980 (1930).

Judith Sachs is een negentiende-eeuwse circusartieste die zich opwerkt van een kleine piste tot de bekendste koorddanseres van Europa in een van de gigantisch grote tenten die in haar tijd als teken van moderniteit gelden. Maar ze wil meer: als ze zevenentwintig is, wil ze eindelijk haar grote droom waarmaken en actrice worden. Vanwege haar leeftijd en omdat ze haar familie moet onderhouden, wil ze alleen bij het allerhoogste beginnen: de Comédie Française. Dat lukt haar ook, maar alleen door de avances van een vies naar oud mannetje te accepteren en als gevolg daarvan ook nog eens haar grote liefde, een grote, sterke maar wat dommige en stille man te verstoten. Twintig jaar viert ze triomfen en daarna heeft ze alles gezien. Met haar bij het toneel verworven geld koopt ze een circus, voor haar zoon.

Vooral de eerste helft van het boek is prachtig, fraaie portretten, spannende verhaallijnen. In de tweede helft stort het verhaal een beetje in -- dit deel van het boek begint in mijn samenvatting hierboven bij de woorden 'Twintig jaar'. Maar al met al kun je makkelijk inzien waarom Van Praag in de jaren dertig als een belangrijk talent werd beschouwd.

Het is opvallend hoe modern Judiths zeden zijn. Ze woont de hele tijd samen met telkens andere mannen, en niemand schijnt daar echt schande van te spreken. Alleen als ze met die vieze ouwe man gaat samenwonen, spreekt iedereen er schande van. Maar misschien konden 'artisten' zich die moderniteit veroorloven.

Het knapste van dit boek is misschien nog wel dat de lezer duidelijk wordt de hoofdpersoon zo onsympathiek is terwijl hij tegelijkertijd sympathie voor haar opvat. Judith is koel, berekenend, genadeloos, weinig gezellig of vriendelijk en altijd met haar vak bezig. Ze houdt dan ook weinig vrienden over aan het eind, maar de lezer is er wel een van.

Reacties

Anoniem zei…
Hoewel dit boek door Siegfried van Praag in 1930 is geschreven leest het als een moderne roman.
Er valt veel te genieten van de veelvuldige beeldspraken die van Praag inlast.
Vermoedelijk is het ontroerende en boeiende verhaal enigszins gebaseerd op het leven van Sarah Bernhardt gemengd met joodse circusfamilies zoals Kinsbergen.

Heel actueel gezien de huidige tentoonstelling over Sarah Bernhardt in het JHM in Amsterdam.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…