Doorgaan naar hoofdcontent

Mao Zifu. kantoj de anteo. Novjorko (New York): Mondial, 2006.

Ooit, meer dan vijfentwintig jaar geleden, was ik dertien en las ik een boekje dat Esperanto: Utopie of realiteit? heette. Het bracht me ertoe om Esperanto te leren, en van die taal ben ik nooit meer afgekomen. Een van de verhalen in dat boekje die me toen fascineerden, ging over dissidente Chinese dichters die in de gevangenis nog doorgingen met gedichten in het Esperanto te schrijven, op wc-papier dat de gevangenis uitgesmokkeld werd.

Ik lees niet zoveel Esperanto meer, dat blijkt wel uit mijn verslagen op deze website, maar dé sensatie van vorig jaar heb ik nu dan toch gelezen: een bundel van een Chinees die misschien niet letterlijk in de gevangenis zit, maar dan toch wel is opgesloten in zijn lichaam. Mao Zifu werd in 1963 geboren "in een dorp ver weg" zoals hij zegt in de 'schets van de auteur' vooraan in deze bundel. Hij studeerde wiskunde, werd leraar en had enig succes als atleet toen hij in 1985 werd gegrepen door een tractor en raakte volledig verlamd. Sindsdien raakte hij gepensioneerd, en in 1986 leerde hij Esperanto — vijf jaar nadat ik dat deed. En nu publiceerde hij een dikke dichtbundel, de sterkste die ik ooit in die taal gelezen heb, kantoj de anteo (Liederen van Antaeus).

Ik vind kantoj veel beter dan Infana Raso (Het Kinderras) van de vorig jaar overleden William Auld, bijvoorbeeld. Die laatste bundel zie ik vooral als een wat slap antwoord op T.S. Eliot, een Waste Land met een wat optimistischer esperantistische boodschap, en helemaal geschreven in de vroeg twintigste-eeuwse modernistische stijl.

Alles is interessanter aan Zifu: de thematiek, die veel diepgaander is, woester soms, wanhopiger, en gelukkig weinig verband houdt met de toch weinig dichterlijke Esperanto-ideologie. En vooral ook de toon, de stijl, die juist wel veel te maken heeft met het internationalistische van het Esperanto. Moeiteloos schakelt de dichter van westerse trocheeën naar Japanse haikoe-achtige versregels, van Griekse mythologie (Antaeus) naar Hindoe-filosofie, en van vrij vers naar rijm. Bovendien maakt hij ruim gebruik van de mogelijkheden van de taal; in alle recensies die ik van de bundel heb gelezen, maakt de recensent er melding van dat er wel woorden werden gebruikt die hij (de recensent) moest opzoeken in het woordenboek. Dat levert soms wonderlijke teksten op die in de Nederlandse dichtkunst nog het meest lijken op Leo Vroman:

aj

faja
majo
pagajo
en havaja
kajo

feto gaja
che baj...baj
songhe rampas sur himalajon
vidas tamen, najo
voras kobajon
rajo
frajon
samurajo
sipajon
kia kamajo!

ho, jesajo,
kie idilio arkaja?

(Prozavertaling ongeveer: Vilten mei, een pagaai aan een hawaiaanse kaai. Een vrolijke foetus bij sujasuja klimt dromend de Himalaya op, ziet echter, dat een cobra een cavia eet, een platvis kuit, een samoerai een indische soldaat... wat een pentekening! Oh, Jesaja, waar is de arkadische idylle?)

Een zo cosmopolitische visie vanuit een zo gekerkerd lichaam, geschreven in een internationale taal die bijna niemand spreekt: kan het ontroerender?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…