Doorgaan naar hoofdcontent

Marek van der Jagt. De geschiedenis van mijn kaalheid. Breda: De Geus, 2000.

Ik voelde me onlangs genoodzaakt om tijdens een lunch een geïmproviseerd exposé te geven over het werk van Arnon Grunberg. Ik denk dat het was naar aanleiding van een prijs die hij kreeg voor Tirza. Door voor dit groepje onwetenden — 'Ik lees nooit Nederlandse literatuur', 'Voor mij is het opgehouden bij Gerard Reve', enz. — Grunbergs ontwikkeling samen te vatten, ontdekte ik een hiaat in mijn eigen kennis.
Voor mij is Grunberg pas echt leesbaar geworden nadat hij als Marek van der Jagt gepubliceerd had. En ik ontdekte dat De geschiedenis van mijn kaalheid, de eerste Van der Jagt, de enige van Grunbergs romans was die ik nooit gelezen heb.
Dat 'verzuim' heb ik nu goedgemaakt, door in de Leidse hortus op een middag flink door te lezen. En inderdaad blijkt dit boek zoals het omslag op gezag van Max Pam meldt, 'beter dan Grunberg', althans beter dan wat de schrijver voor 2000 had gepubliceerd.
Menselijk contact bestaat niet in dit boek, althans de mensen praten wel, en zeggen wel bizarre dingen, maar waar het wezenlijk om gaat, daar beginnen ze maar niet over. Vooral de (oudere) vrouwen zijn in Grunbergs boeken altijd uitvoerig aan het woord, hebben een zeer besliste eigen wil, maar die eigen wil voert altijd tot veel onduidelijkheid.
Dat er enige twijfel kon bestaan over het auteurschap van dit boek, kun je je achteraf eigenlijk nauwelijks meer voorstellen. Iedere zin ademt de toon en de stijl die je in ieder van Grunbergs boeken zo prominent aantreft. Wat een wonderlijke schrijver — zonder enige twijfel de interessantste die er op dit moment (nu Gerard Reve dood is, zal ik maar zeggen) in het Nederlands publiceert.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…