Doorgaan naar hoofdcontent

Stendhal. Le rouge et le noir. Paris: Gallimard, 1999 (1830).

Al jaren, misschien al tientallen jaren, wil ik Stendhal lezen. Er zijn allerlei schrijvers die zijn werk op zo'n manier zo warm aanbevelen, dat die Stendhal wel iets voor mij moest zijn. Ik heb ook veel van zijn boeken gekocht, maar het kwam er nooit van om die boeken ook te lezen.

Le rouge et le noir heb ik bijvoorbeeld inmiddels alweer minstens vijf jaar geleden gekocht. Ik ben er indertijd ook wel in begonnen, maar niet verder gekomen dan bladzijde 50 of daaromtrent — ik vond nog een briefje van vijf euro dat ik als boekenlegger gebruikt had. Nu heb ik dan wel doorgezet, en één van de mooiste boeken gevonden die ik ooit gelezen heb.

Julien Sorel is een jongen van eenvoudige afkomst die eerst een verhouding krijgt met de vrouw van de dorpsburgemeester aan wiens kinderen hij Latijnse les geeft, en daarna met de dochter van een markies van wie hij de dorpssecretaris is. De laatste maakt hij zwanger, en zij wil ook met hem trouwen, maar een brief van zijn eerste minnares komt alles doorkruisen. Julien trekt naar het dorp waar de burgemeestersvrouw woont, probeert haar neer te schieten, en wordt daarom zelf ter dood veroordeeld.

Wat het boek aangrijpend maakt, is de zeldzame precieze manier waarop de ingewikkeldheid van de liefde in beeld wordt gebracht, het verfijnde spel van aantrekken en afstoten dat zich alleen maar in de hoofden van de hoofdpersonen afspeelt, maar die elkaak ook met subtiele signaaltjes beïnvloeden. In de beste hoofdstukken veranderen zij wel drie keer van mening over elkaar, terwijl je dat als lezer allemaal moeiteloos volgt. In 1830 blijken ook gewone mensen te hebben geleefd. Waaronder in ieder geval Stendhal, die vooral zelf ook ten voeten uit naar voren komt uit dit boek.

De editie die ik las, wordt af en toe onderbroken door 'dossiers' van een literatuurwetenschapper; die stukken heb ik overgeslagen of eigenlijk vooral vluchtig doorgebladerd. Ze bevatten ook net niet de informatie die ik zou willen hebben; ze proberen de lezer vooral opmerkzaam te maken op de structuur van het verhaal, maar ik was meer gebaat bij achtergrondinformatie over de politiek van het Frankrijk van 1830 (het einde van de 'restauratie', jazeker, maar wat betekende dat precies?) Gelukkig is er nu, anders dan vijf jaar geleden, ruim voldoende achtergrondinformatie over al dat soort onderwerpen te vinden op het internet.

Nu gauw kijken waar ik die andere boeken van Stendhal ook alweer had opgeborgen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …