Doorgaan naar hoofdcontent

Chinua Achebe. Things fall apart. London: Penguin, 2006 (1951).

Ik geef toe: voordat hij eerder dit jaar de Man Booker International Prize won, had ik nog nooit van Chinua Achebe gehoord. Toen ik hem vervolgens googelde, bleek hij op allerlei lijsten voor te komen van 's werelds belangrijkste schrijvers, en zijn boek Things fall apart een plaatsje te hebben op allerlei lijsten met de belangrijkste boeken van dit moment of misschien zelfs aller tijden.

Ik heb het boek meteen besteld en het is inderdaad indrukwekkend. Okonkwo heeft in zijn dorp grote faam verworven als onverschrokken strijder, heel anders dan zijn slappe, laffe vader. Je ziet hem voor je: een man van staal en een man van aanzien, ondanks zijn af en toe onbeheerste aggressie. Iemand die zichzelf een naam heeft verworven als hij per ongeluk tijdens een feest een stamgenoot doodt. Hij wordt volgens de regels voor zeven jaar verbannen, en zou onder andere omstandigheden terug zijn gekeerd en alsnog hebben gestreden voor zijn aanzien. Helaas, de omstandigheden zijn niet anders: we leven aan het eind van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw en blanke mannen komen dorpsgenoten bekeren en een nieuw rechts- en regeringssysteem brengen. Okonkwo, de onbuigzame, gaat daaraan tenonder: zijn wereld valt letterlijk uit elkaar, alles waarvoor hij gestreden heeft, gaat ten onder.

Ik geloof niet dat ik ooit zo'n sterk boek over het kolonialisme heb gelezen — sterk vooral omdat de hoofdpersoon helemaal niet zo sympathiek is, maar toch zijn lot niet verdient. Sterk omdat de gekoloniseerden mensen zijn: aardig of niet aardig, stoer of laf, rechtvaardig of onbeheerst — mensen.

Reacties

Jack Hoeksema zei…
Amen! Een prachtig boekje dat ik toevallig in dezelfde tijd las als Marc. Het stond op de leeslijst van Strathhaven Highschool, waar mijn dochter een jaartje op gezeten heeft.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…