Doorgaan naar hoofdcontent

Homeros. Odysseia. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2006 (Odysseia, 800 v. Chr.)

Meestal schrijf ik de stukjes voor dit leesdagboekje meteen nadat ik een boek heb dichtgeslagen, maar deze keer moest ik even nadenken. Wat moet je zeggen over een boek dat al drieduizend jaar gelezen en bewonderd wordt? Dat je er een koud gevoel van kreeg, dat het je helemaal meesleepte, dat het waarschijnlijk een meesterwerk is dat de eeuwen zal trotseren?

Ik had de Odyssee nog nooit gelezen, althans nog nooit helemaal. Wat een gebrekkige opleiding is wat dat betreft toch het gymnasium, of wat gebrekkig was het in ieder geval twintig, vijfentwintig jaar geleden. Geef die kinderen gewoon deze vertaling van Imme Dros, en zorg dat ze hem van kaft tot kaft lezen — het zal hun leven voor altijd veranderen.

Misschien moet je er even inkomen, misschien word je afgeschrikt door het idee dat dit al zo oud is en door zoveel mensen gelezen is die al dood zijn en denk je daarom dat het boek saai is. Stap daarover heen, net als over de stukjes die soms inderdaad onbegrijpelijk zijn, onpeilbaar: die stukjes zijn maar kort, en het zijn er ook niet zoveel.

De vertaling van Imme Dros is bovendien precies goed, geloof ik. Niet te eerbiedig en niet te populair, en met een heel losse opvatting van die hexameters die het lezen zo moeilijk kunnen maken: het zit er wel in, dat ritme, maar zonder dat het afschrikt.

Wat ik (hopelijk) nooit meer vergeet: hoe Odysseus aan land komt, zich vastgrijpt aan de rotsen, maar er dan weer vanaf wordt gescheurd door de rotsen, letterlijk gescheurd: zijn vel blijft aan de rotsen hangen. Of het vreselijke bad van bloed en ledematen aan het eind in de eetzaal, als Odysseus eindelijk na lange voorbereidingen een eind maakt aan de arrogantie van de 'vrijers' van zijn vrouw' — nooit geweten dat een boek dat de reizen van Odysseus heet zich voor ruim de helft afspeelt op een klein eiland, het huis van de held.

Reacties

LaPingvino zei…
Ankaux mi legis tiun libron, suficxe da jaroj antauxe... Mi ne plu bone memoras, sed almenaux nepre la rakonton mi pli-malpli memoradas kaj gxi nepre interesas :).

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…