Doorgaan naar hoofdcontent

Marten Toonder. Grofstoffelijke trillingen. Amsterdam: BBLiterair, 1979 (1976).

'Ademloos zal de lezer, met mij, het vibreren van een fijntrillend vleeslichaam op de voet volgen en het in één ruk verslinden — om daarna met brandende ogen in een betere wereld te ontwaken.' Hoe las ik die zin op het omslag toen ik 12 jaar oud was? En hoe las ik de drie Bommelverhalen ('De zwarte zwadderneel' uit 1957, 'De vuursalamander' uit 1965, 'De viridiaandinges' uit 1968) die in Grofstoffelijke trillingen verzameld zijn?

Ik vond ze vast leuk, want dat zijn ze. Ze hebben een soort humor dat kinderen aanspreekt: het grappigst zijn de herhaling en de herkenbaarheid. Bijna alle personen komen in bijna alle verhalen terug, ook al lijken ze elkaar bij een volgende ontmoeting nauwelijks te herkennen. En elke keer zeggen ze weer hetzelfde: 'Als je begrijpt wat ik bedoel', 'Als ik zo vrij mag zijn', 'Fi donc', 'Wat enigjes', 'Hm!'

Tegelijk valt op dat met al die personen iets niet klopt. De dingen die ze de hele tijd zeggen, geven een beeld van een karakter; maar daaronder zit steeds iemand anders. Onder de deftige taal van Markies de Cantecler zit iemand die af en toe onzeker blijkt over zijn eigen positie, onder de gedienstigheid van Joost broeit de opstand. Alleen onder Tom Poes broeit niets, maar Tom Poes zwijgt dan ook.

Wat wilde Toonder eigenlijk met die verhalen? Soms lijkt er een soort moraal aan de oppervlakte te komen: de Zwarte Zwadderneel kun je lezen als een waarschuwing tegen grauw protestantisme. Maar uiteindijk gaat het toch vooral over die verhalen, om het plezier van het vertellen, hoe noem je dat. Die grauwe stijlheid is toch meer een soort motief, zoals ook de kunst en de wetenschap dat zijn. Wetenschappers zijn bij Toonder eigenlijk allemaal gek en wereldvreemd als ze al niet op het slechtste uitzijn — maar het zou overdreven zijn om te beweren dat hij tegen de wetenschap wilde 'waarschuwen', of zoiets. Hij deed iets veel belangrijkers: hij vertelde verhalen.

Reacties

Anoniem zei…
Beste,

Wat een mooi weblog heeft u! Ik heb er nog niet al te veel van gezien, maar het oogt mij uitstekend en volledig toe, waarvoor dank!

Ik heb een vraag die mij al lang kwelt: als groot bewonderaard van de verhalen van Marten Toonder, vroeg ik mij af of er een overzicht bestaat van de door hemzelf geschreven verhalen en welke OF bewerkt zijn OF geschreven door anderen? Er is namelijk zoveel verschil te bespeuren. Een verschil van dag en nacht.

Waarbij ik Toonder prefereer, met uw goedvinden.

Alvast heel hartelijk dank voor uw antwoord.

Fred Händl

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …