Doorgaan naar hoofdcontent

Jane Austen. Pride and Prejudice. Hertfordshire: Wordsworth Editions, 1992 (1813)

In de bioscoop is mijn favoriete genre de romantische komedie: een man en een vrouw hebben een grote hekel aan elkaar maar door de omstandigheden worden ze gedwongen met elkaar om te gaan, en zo worden ze verliefd.

Pride and prejudice is de oermoeder van dit genre, en geldt bovendien nog steeds als een van de populairste Britse boeken aller tijden: een verkiezing van de BBC wees dit boek onlangs aan als 'het boek waarzonder de natie niet kan leven', voor Lord of the Rings en de bijbel. Ook bij het project Gutenberg hoort de gratis elektronische versie tot de populairste titels.

Nou, al die miljoenen lezers hebben inderdaad geen ongelijk: wat een charmant, wat een onderhoudend boek is Pride and prejudice!

Onwillekeurig vergeleek ik het boek tijdens het lezen met Le Rouge et le Noir, dat ik niet zo lang geleden las. Stendhals boek verscheen zeventien jaar na dat van Austen, en allebei de boeken gaan over liefdesrelaties over de barrières van klasseverschillen heen. Toch konden de verschillen bijna niet groter zijn. Zo is Stendhals boek veel stekeliger en kronkeliger dan dat van Austen, zo laat Stendhal een verteller zijn eigen mening geven, terwijl Austens verteller onzichtbaar haar werk doet, en loopt Stendhals boek dramatisch af, terwijl in nóg weer een andere verkiezing, het eind van Pride and Prejudice werd gekozen tot het beste happy ending aller tijden.

Volgens mij vallen al die verschillen te herleiden tot een fundamenteel verschil. In Pride and prejudice is de samenleving een machientje. Alle personen hebben een duidelijk onderscheiden eigen karakter dat hun precieze plaats in dat machientje bepaalt. Trots en vooroordeel zorgen weliswaar voor haperingen in dat machientje, maar uiteindelijk komt het allemaal toch heus helemaal goed. Austen beschrijft ook nauwelijks personen die alleen zijn; en als ze alleen zijn, denken ze na over andere mensen. Bij Stendhal is het allemaal anders, daar zijn de mensen alleen op de wereld — en dan kan er van een happy ending ineens geen sprake meer zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …