Doorgaan naar hoofdcontent

Michael Chabon. The Yiddish Policemen's Union. London: Fourth Estate, 2007.

"Nine months Landman's been flopping at the Hotel Zamenhof without any of his fellow residents managing to get murdered." Een boek dat zo begint, dat moet ik lezen. Niet alleen vanwege die naam Zamenhof, maar ook vanwege de toon van die zin, en de lichtelijk absurde wending dat de bewoners van dat hotel 'in staat' zouden moeten of willen zijn om vermoord te worden.

Dat viel tegen. Tot mijn verbijstering blijkt het vooral te gaan om een ouderwets soort detective. Nee, echt, ik overdrijf niet met dat woord verbijstering. U had me moeten zien zitten met dat boek in mijn hand en mijn mond open. Je verwacht dat niet, je denkt in het begin dat je je vergist, dat het heel ingewikkelde verhaal op de achtergrond toch nog wel iets meer moet zijn dan een heel ingewikkeld verhaal op de achtergrond: in Alaska is 1948 tijdelijk een veilige haven voor Europese Joden ingericht, waar men Jiddisch spreekt en in Hotel Zamenhof woont, maar die veilige haven zal in 2008 worden opgeheven en het is nu 2007. Dat leek me een interessant verhaal, maar het zicht erop werd me nu ontnomen door de prototypische detective, die gescheiden is en aan de drank.

Er zijn veel kunstzinnige films die ironisch citeren uit oude filmgenres. The Yiddish Policemen's Union leek me daar een literaire tegenhanger van, maar een die bovendien nog een aantal dingen wil zeggen over thema's als 'identiteit'. Voor mij hoeven die stijlcitaten al niet, en zo'n identiteitsverhaal is te zwaar om alleen maar als saus te dienen over zo'n lichte maaltijd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…