13.1.08

Gabriel García Márquez. Cent jaroj da soleco. Chapecó-SC: Fonto, 1992 (1967).

Vertaling: Fernando de Diego.

Cent jaroj da soleco Een familie is honderd jaar lang intiem verbonden met het dorp Macondo: de stichters van de familie waren ook de stichters van het dorp, enkele van hun nakomelingen zien het honderd jaar later tenonder gaan. Intussen heeft de familie allerlei magische dingen meegemaakt: doden zijn teruggekomen, een overspelig paar zorgde er iedere liefdesnacht voor dat de veestapel sterk werd uitgebreid, het regende eens ruim vier jaar aan een stuk.

Dat magisch realisme zorgde er ooit voor dat ik Honderd jaar eenzaamheid een aantal jaar geleden terzijde legde. Als een schrijver zomaar van alles kan verzinnen, vond ik toen, dan is er geen lol meer aan, je moet je wel aan de regels houden. Wat was ik toen toch dom.

Vooral de laatste honderdvijftig bladzijden van dit boek heb ik ademloos gelezenl, terwijl ik per trein door Duitsland raasde. Een echte verteller maakt zijn eigen regels, en houdt zich daar dan nauwkeurig aan. Juist al die magische vervormingen dragen bij aan het gevoel van eenzaamheid. Zoals iemand die nooit met iemand praat, maar altijd in zijn studeerkamertje zit (zulke mannen zijn er in dit boek genoeg) juist doordat hij nooit wordt tegengesproken, zich aan almaar fantastischer hersenspinsels onderwerpt, zo kan een geïsoleerde gemeenschap een steeds bizarder lachspiegel worden van de grote wereld. Dat het onmogelijke er mogelijk wordt, maakt het dorp alleen maar benauwender.

En dan de beelden en de personages die je nooit vergeet: de demente stamvader die aan zijn boom wordt vastgeketend. De blinde stammoeder die alle dagelijkse routines zo goed kent dat niemand merkt dat ze blind wordt. De kolonel die in zijn hangmat zijn jeugdgedichten leest. En de vriend van een van de laatste Buendía die Gabriel heet, Gabriel Marquez.

Geen opmerkingen: