Doorgaan naar hoofdcontent

André Gide. L'immoraliste. Paris: Folio, 2001 (1903).

Andre Gide. L'immoraliste Voordat het verhaal van L'immoraliste wordt voorafgegaan door maar liefst twee verschillende distantiëringen. Eerst maakt de schrijver duidelijk dat hij helemaal niet noodzakelijkerwijs instemt met het gedrag van Michel, en dan doet de verteller, een vriend van Michel hetzelfde. Zelfs de titel is al een manier om afstand te nemen.

Wat doet Michel dan voor ergs? Hij leeft erop los. Hij is geïnteresseerd in jongens, zonder dat hij veel met die jongens doet of lijkt te willen doen. Hij houdt er een eigen levensfilosofie op na, die erop neerkomt dat je het genot moet nastreven. Is dat nu zo'n schande? Zou je daar nu zoveel omtrekkende bewegingen om moeten maken? Zelfs in de tijd van Gide?

Nee, waarschijnlijk niet, maar met dit alles doet Michel nog iets. Hij verwaarloost zijn vrouw, en hij haat haar misschien zelfs in stilte, terwijl zij eigenlijk altijd goed voor hem geweest is, hem verzorgd heeft toen hij ziek was, en zo nodig af en toe een oogje heeft toegeknepen. Aan het eind van haar leven, als zij ziek is, laat Michel haar psychologisch in de steek, en als ze sterft voelt hij zich merkbaar bevrijd van deze last. Dat is eigenlijk nog steeds een schande.

En het is een werkelijk dilemma, ook nu nog. Als het waar is, dat het de bedoeling is van het leven dat je leeft, dat je werkelijk leeft, dan kun je dat misschien alleen doen door je immoreel op te stellen, en dan kan het misschien alleen ten koste gaan van anderen. Een sleutelscène is die waarin Michel ziet dat een knap Arabisch jongetje, Moktir, een schaar steelt, maar daar niets over zegt. Later blijkt dat Moktir zag dat hij werd gezien, maar daar ook niets over heeft gezegd. Dat stiekeme, daarin zit voor Michel het genot; en bovendien blijkt dat de schaar van Michels vrouw was, en dat Moktir hem mogelijk kapot heeft willen maken. Wat is het toch moeilijk om gelukkig te zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…