Doorgaan naar hoofdcontent

Remco Campert. Nieuwe herinneringen. Amsterdam: De Bezige Bij, 2007..

Remco Campert. Nieuwe herinneringen 'Het dooit op de Overtoom' - dat is volgens Kees Fens een van de mooiste regels die hij kent, en zou hij in ieder handboek over poëzie moeten worden aangehaald. Zoveel spektakel had ik er zelf niet om gemaakt, maar deze eerste regel van het eerste gedicht van Camperts recentste bundel is inderdaad mooi. Zoals de hele bundel druipt van een heel mooi geformuleerde droevige melancholie. Waar zit hem dat toch in?

Gisteren had ik het met iemand over eten: dat je met de prachtigste sauzen de mooiste effecten kunt bereiken, maar dat je ook de voorkeur kunt geven aan pure smaken, aan een caprese van tomaat, mozzarella en basilicum. De gedichten van Campert zijn dat soort capresen. Hier is een strofe uit het gedicht 'op mijn 72ste':

het doodsbericht van onbekenden
hooguit een keer in de verte gezien
of over gelezen in de krant
kan me al ontroeren nu ik
voor mijn doen natuurlijk!
oud ben en besef
hoe dun het koord was
waarop ik feestelijke salto's maakte

De assonantie van o's en e's in de eerste regels, die overlopen naar de a's aan het einde, het subtiele maar grappige grapje met het uitroepteken, het dunne koord (dat in de volgende regels terugkomt: 'nog loop ik met tragere benen/over de blakerende landweg'). Hier is een meester aan het woord, een oude meester.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…