Doorgaan naar hoofdcontent

Sofokles. Oidipous. Antigone. Amsterdam: Athenæum-Polak & Van Gennep, 2008.

Sofokles. Oidipous. Antigone

Vertaling: Gerard Koolschijn

Zou Antigone niet eigenlijk Kreon moeten heten? Het is misschien een beetje laat om Sofokles te vragen zijn titel alsnog te veranderen, maar volgens mij gaat dit stuk meer over de manier waarop Kreon zich door zijn onbuigzaamheid — wet is wet, en de door mij uitgevaardigde wet is al helemaal heilig — uiteindelijk te gronde richt. Dat Antigone die wet uit zusterliefde overtreden heeft, dat ze voelde dat het niet anders kon, dat raakt hem allemaal niet. Zijn zoon waarschuwt hem zelfs nog tegen die onbuigzaamheid:

U ziet langs winterstromen in de bergen hoe
een boom die meegeeft al zijn takken gaaf bewaart,
maar een die zich verzet, ontworteld, wordt vernield.
Zo vaart de schipper die zijn schoot te krachtig spant
en weigert hem te vieren omgeslagen voort
met roeibanken ondersteboven in de zee.

Die vertaling is prachtig, met al die precies gekozen woorden, fijne klankeffecten en mooie zinsbouw (het enige wat jammer is, is de verdubbeling van 'omgeslagen' en 'ondersteboven'). De hele vertaling van Antigone is trouwens schitterend, een heel mooi Nederlands gedicht over hoeveel kwaad het de bestuurder doet om alleen maar aan principes vast te houden.

Ik vond Antigone ook mooier dan Oidipous geloof ik. Misschien ligt dat aan de vertaling - Antigone heeft lange regels met zes versvoeten, Oidpous heeft regels met vijf versvoeten, wat de tekst vloeiender maakt, maar ook wat gewoner:

In godsnaam, berg mij ergens buiten op,
zo gauw u kunt, of dood mij, werp mij weg
in zee, waar niemand mij ooit meer zal zien.
Kom, laat een ongelukkig man niet staan.

Maar misschien was Sofokles in Antigone ook exht poëtischer. En heel waarschijnlijk spreekt een verhaal over de worsteling van het recht met het goede me meer aan dan een stuk over de onontkoombaarheid van het lot. Dat laatste is toch vooral een soort theoretische kwestie, en het is niet voor niets dat de kijk op Oidipous van de moderne Nederlandse lezer, of in ieder geval van mij, gekleurd wordt door Harry Mulisch, die in zijn Ontdekking van de hemel vertelt dat dit de eerste detective was, en meteen de beste: de detective heeft het immers uiteindelijk zelf gedaan.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…