Doorgaan naar hoofdcontent

F.M. Dostojewski. De gebroeders Karamazow. Amsterdam: Van Oorschot, 1978

F.M. Dostojewski

Vertaling: Jan van der Eng

Negen jaar geleden las ik de Gebroeders Karamazow voor het laatst, toen (kennelijk) in een week tijd. Ik kon me er nog maar weinig van herinneren. De belangrijkste indruk die het op den duur op me achterliet was van een boek waarin heel veel heen en weer wordt gerend en tussendoor over het bestaan van God, de vraag in hoeverre je schuld hebt aan de ellende op de wereld, enz. wordt nagedacht. Deze keer heb ik er langer over gedaan, bijna een maand. Misschien is het maar goed dat ik me zo weinig kon herinneren: zo kon het nog een keer een onvergetelijke indruk op me maken!

De definitie van romankunst op zijn best is misschien wel dit: je ziet een verhaal vanuit allerlei perspectieven. Je ziet hoe iedereen gelijk heeft, hoe eigenlijk iedereen het beste voorheeft met de anderen, en het allemaal toch uitdraait op grote ellende. Daarom is de Gebroeders Karamazow natuurlijk een van de beroemdste romans ter wereld: op het eind heeft eigenlijk iedereen vader Karamazow vermoord, en wel om goede redenen.

Veel indruk maakte op mij deze keer de verschillende draden in het boek over kinderen. Iwan Karamazow vertelt ergens dat hij een verzameling verhalen heeft over het vreselijke leed dat kinderen wordt aangedaan: hoe ze, volkomen schuldeloos, door hun ouders worden mishandeld en getreiterd. Hoe het nooit meer goed kan komen in een schepping waarin dat gebeurt: waaraan hebben die kinderen dat verdiend? Hoe kan het achteraf (in de hemel) ooit weer worden goedgemaakt? Volgens Iwan is dat leed een bewijs tegen het bestaan van God.

Er is ook een andere, grotere lijn, over de jongetjes Ilja en Kolja. Ook daaruit blijkt een heleboel kinderleed, maar tegelijkertijd ook dat kinderen zelf ook wreed kunnen zijn — tegen dieren (Ilja heeft een hond een stuk brood met een speld laten eten) en tegen elkaar (de andere kinderen treiteren Ilja). Tegelijkertijd zijn die kinderen zich er nauwelijks van bewust hoeveel leed ze misschien een ander aanbrengen; en zodra ze zich dat bewust worden, proberen ze het ook weer goed te maken. De kinderen in de Gebroeders Karamazow, dat zijn misschien wel mijn favoriete personages. Zo werkelijk, zo onnoemelijk complex.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …