Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. Operation Shylock. New York: Vintage, 1993.

Philip Roth. Operation Shylock

De schrijver Philip Roth komt er in 1988 achter dat er in Europa en in Israël een man rondloopt die ook Philip Roth heet, uiterlijk heel sterk op hem lijkt en die propaganda maakt voor het 'Diasporisme' — de gedachte dat er zoveel mogelijk Asjkenazische joden uit Israël terug moeten keren naar Europa, om zo een rampzalige confrontatie met de Arabieren te voorkomen én omdat volgens Philip Roth (de andere) de ware Joodse cultuur in Europa te vinden is. Philip Roth (de ene) ontsteekt in woede, en spoort de andere Philip Roth op in Israë. Het komt tot een zeer gecompliceerde relatie, en uiteindelijk begint ook de Israëlische geheime dienst zich ermee te bemoeien. Die doet Philip Roth (de ene, de schrijver) het voorstel om in Athene te gaan spioneren bij joden die als geldschieter voor de PLO werken. Dat is Operatie Shylock. De schrijver doet dat ook, en schrijft er een boek over. Alleen het laatste hoofdstuk, over wat er in Athene allemaal gebeurd is, dat kan hij maar beter niet publiceren.

Operation Shylock speelt in 1988, het jaar dat Demjanjuk terecht stond in Tel Aviv en het jaar dat Israël zijn veertigste verjaardag vierde. Het verscheen vijf jaar later, en toen heb ik het ook gelezen. Dit viert Israël zijn zestigste verjaardag en las ik het opnieuw. Het boek is onder andere een prachtige beschrijving van de enorme complexiteit van de Israëlische samenleving en de enorme complexiteit van de gevoelens van een Amerikaanse jood over dat land. Werkelijk iedere mogelijke gedachte die je over dat land kunt hebben, van grote afkeer tot intense liefde, komt aan de orde.

Maar het boek gaat over veel meer - over de relatie van iemand tot zichzelf, over de verschillen tussen de manier waarop jij jezelf ziet en waarop je gesprekspartner je blijkt te zien, over de onweerstaanbare drang van iedereen om een verhaal van zijn leven te maken. En Dostojewski speelt op de achtergrond een minstens even grote rol als Shakespeare en Anne Frank — drie grote beschrijvers van de menselijke conditie.

(Eerder schreef ik hier over Exit Ghost, Portnoy's complaint, American pastoral, Everyman, The dying animal en The plot against America.)

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …