Doorgaan naar hoofdcontent

Fernando Pessoa. Das Buch der Unruhe des Hilfsbuchhalters Bernardo Soares. Frankfurt: Fischer, 2003 (1982).

Fernando Pessoa. Das Buch der Unruhe

Vertaling: Inés Koebel

Bernardo Soares, het alter ego van Fernando Pessoa dat dit boek schreef, is vooral alleen. Hij werkt overdag en 's avonds begeeft hij zich naar zijn kamer, ergens op een vierde verdieping, ergens in Lissabon. Daar schrijft hij zijn gedachten op, en die gedachten zijn de gedachten van iemand die alleen is. Die de mensen bekijkt, die de stad bekijkt, maar die kennelijk geen vrienden heeft en nooit echt met iemand praat.

Zijn beschouwingen zijn eenzame beschouwingen, van iemand die niet meedoet aan het dagelijks leven maar erover nadenkt. Van iemand die ook, als ik het goed heb, een beetje neerkijkt op de mensen die wel aan het dagelijks leven meedoen maar die er niet over nadenken. Het leven is er om erover na te denken.

Dat mag zo zijn, maar mijn stijl van leven is het niet. Het is te gemakkelijk om je medemens van buiten te observeren, en een oordeel over hem te vellen, om het leven van je eigen gezichtspunt te zien. Maar ik voel dat je die gedachten ook moet toetsen, dat je ze aan anderen moet voorleggen. Je moet vechten in het leven, je gedachten moeten ook vechten. Gedachten zijn als water — ze moeten niet stilstaan in een plas, ze moeten stromen temidden van nog veel meer water. De wereld is er niet om van buiten naar te kijken, maar om aan deel te nemen.

Het Boek van de Onrust is niet mijn favoriete boek, Pessoa wordt niet mijn favoriete auteur. Maar ik heb er wel veel door nagedacht. Het boek lijkt wel een beetje op Het Bureau, in de bewuste afstand die de hoofdpersoon van het maatschappelijk leven bewaart, en de verhevenheid die hij voelt tegenover dat maatschappelijk leven. Pessoa is daarin nog extremer, maar de radeloosheid die mij als lezer overvalt over het totale afwijzen van contact door degene met wie je als lezer contact hebt. Het zijn allebei boeken van mensen die naar kantoor gaan, die dus de hele dag onder de mensen zijn, maar met die mensen geen contact hebben en zichzelf dan maar wijs maken dat ze zulk contact ook niet willen, omdat ze 'beter' zijn dan die anderen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …