12.6.08

Fernando Pessoa. Das Buch der Unruhe des Hilfsbuchhalters Bernardo Soares. Frankfurt: Fischer, 2003 (1982).

Fernando Pessoa. Das Buch der Unruhe

Vertaling: Inés Koebel

Bernardo Soares, het alter ego van Fernando Pessoa dat dit boek schreef, is vooral alleen. Hij werkt overdag en 's avonds begeeft hij zich naar zijn kamer, ergens op een vierde verdieping, ergens in Lissabon. Daar schrijft hij zijn gedachten op, en die gedachten zijn de gedachten van iemand die alleen is. Die de mensen bekijkt, die de stad bekijkt, maar die kennelijk geen vrienden heeft en nooit echt met iemand praat.

Zijn beschouwingen zijn eenzame beschouwingen, van iemand die niet meedoet aan het dagelijks leven maar erover nadenkt. Van iemand die ook, als ik het goed heb, een beetje neerkijkt op de mensen die wel aan het dagelijks leven meedoen maar die er niet over nadenken. Het leven is er om erover na te denken.

Dat mag zo zijn, maar mijn stijl van leven is het niet. Het is te gemakkelijk om je medemens van buiten te observeren, en een oordeel over hem te vellen, om het leven van je eigen gezichtspunt te zien. Maar ik voel dat je die gedachten ook moet toetsen, dat je ze aan anderen moet voorleggen. Je moet vechten in het leven, je gedachten moeten ook vechten. Gedachten zijn als water — ze moeten niet stilstaan in een plas, ze moeten stromen temidden van nog veel meer water. De wereld is er niet om van buiten naar te kijken, maar om aan deel te nemen.

Het Boek van de Onrust is niet mijn favoriete boek, Pessoa wordt niet mijn favoriete auteur. Maar ik heb er wel veel door nagedacht. Het boek lijkt wel een beetje op Het Bureau, in de bewuste afstand die de hoofdpersoon van het maatschappelijk leven bewaart, en de verhevenheid die hij voelt tegenover dat maatschappelijk leven. Pessoa is daarin nog extremer, maar de radeloosheid die mij als lezer overvalt over het totale afwijzen van contact door degene met wie je als lezer contact hebt. Het zijn allebei boeken van mensen die naar kantoor gaan, die dus de hele dag onder de mensen zijn, maar met die mensen geen contact hebben en zichzelf dan maar wijs maken dat ze zulk contact ook niet willen, omdat ze 'beter' zijn dan die anderen.

Geen opmerkingen: