Doorgaan naar hoofdcontent

Gustave Flaubert. Madame Bovary. Paris: Gallimard, 1998 (1857).

Gustave Flaubert. Madame Bovary Ik moet dit boek ooit eerder gelezen hebben, ik weet dat ik het exemplaar dat ik heb ooit nieuw gekocht had, en het was duidelijk gelezen toen ik het uit de kast haalde. Ik meende me ook te herinneren dat ik het een jaar of zes geleden las. Maar als dat zo is, hoe kan het dan dat het indertijd geen verpletterende indruk op me heeft gemaakt? Want dat heeft het boek nu met me gedaan.

Want alles aan Madame Bovary is zoals ik het wilde. Het is in een prachtige taal geschreven, het is soms woedend en soms teder, soms hatelijk en soms treurig, soms grappig en soms hartverscheurend. Het laat kleine mensen zien, die ieder op hun eigen manier willen ontsnappen aan hun kleinheid, die napraten wat ze in een boekje hebben gelezen, en die niet vrij kunnen worden.

Prachtig zijn de scenes van het al dan niet bewuste onbegrip: Emma die naar Bournisien gaat om haar hart uit te storten, maar de priester praat alleen maar over onbenulligheden. Prachtig is de harteloosheid van de mensen: terwijl Emma ligt te creperen, nodigt de apotheker Homais de beroemde artsen die naar haar zijn komen kijken uit om te eten, en alle dorpelingen komen hen om raad vragen bij allerlei kwaaltjes. En prachtig zijn de liefde, en de erotiek: Emma en haar minnaar Léon zijn voor het eerst bij elkaar, trekken zich terug in een geblindeerde wagen en laten zich eindeloos de hele dag door straten rijden – wat er binnen in de wagen gebeurt wordt niet verteld, de spanning komt van de beschrijving van de rondrijdende wagen.

Hoe zou ik dat alles ooit hebben kunnen vergeten?

Reacties

Niek zei…
Grappig, ik heb het twee jaar geleden voor het eerst gelezen, en op mij heeft het destijds ook geen indruk gemaakt. Misschien over vier jaar nog eens proberen.
InekeM zei…
Ook ik ben er een aantal jaren geleden in begonnen, nadat ik het twee jaar achterelkaar voor mijn verjaardag cadeau had gekregen, notabene van dezelfde persoon! Echter, ik kwam er niet doorheen. Vorig jaar heb ik het weer geprobeerd. Geweldig vond ik het. Ik was gefascineerd door de tijd waarin het zich afspeelt en getroffen hoe mooi het was geschreven. Door de beschrijving van MvO kijk ik er nu weer anders tegenaan.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …