Doorgaan naar hoofdcontent

David Lodge. Deaf Sentence. London: Harvill Secker, 2008.

David Lodge. Deaf Sentence Doof zijn is bijna dood zijn. Dat vindt in ieder geval Desmond Bates, een vervroegd gepensioneerde professor aan een universiteit in het noorden van Engeland: het soort personage dat de wereld van David Lodge bewoont. Bates is zelf een beetje doof, net als zijn vader. Die vader is aan het eind van het boek trouwens ook dood, terwijl een studente van Bates een zelfmoord-e-mail heeft rondgestuurd, waarschijnlijk overigens ten onrechte. Die studente, een Amerikaanse die niet helemaal goed snik is over anders juist een briljante oplichtster, had trouwens de ambitie een proefschrift te schrijven over de taal van briefjes die zelfmoordenaars achterlaten.

Het is allemaal een beetje te veel. Er wordt enorm veel overhoop gehaald in dit boek — Bates doet op een bepaald moment zelfs Auschwitz aan, als hij een lezingenrondreis maakt in Polen. De ernst van dat bezoek detoneert behoorlijk met de nogal curieuze cast.

Het is net of Lodge de meestal nogal cartooneske figuren van zijn academic novels wat meer reliëf heeft willen geven door ze eens in een serieuzer verhaal te plaatsen; een verhaal dat in sommige opzichten -- de doofheid -- vermoedelijk dicht tegen hem aan ligt. Dat levert naar mijn gevoel nogal een onevenwichtig boek op.

Het mooist zijn overigens die beschrijvingen van de steeds verder vorderende doofheid, het gehannes met het gehoorapparaat, en de ongewilde sociale gevolgen van het gebruik van zo'n apparaat. Verveeld heb ik me ook beslist niet, met Deaf sentence, maar een verpletterende indruk laat het ook niet na.

Reacties

Anoniem zei…
Heb het boek bijna uit maar vind het ongelofelijk toegankelijk geschreven. Heerlijk makkelijk engels, vol intelligente humor en je kunt je heel gemakkelijk in de auteur verplaatsen. Vooral de eerste helft is top! Het einde wordt wat te serieus, dat is waar (hoeveel ervan is autobiografisch?)
Maar een echte aanrader vind ik het boek wel!
Sjoerd

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …