Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. Indignation. London: Jonathan Cape, 2008.

Philip Roth. Indignation Ik liep vanmiddag door het centrum van Amsterdam, klaar met winkelen, en kwam langs de American Bookshop aan het Spui waar het nieuwste boek van Philip Roth in de etalage stond. Ik liep naar binnen, pakte het boek, rekende af, liep weer naar buiten en nam plaats op een bankje vlak voor de winkel. Daar heb ik Indignation tussen vier en zeven uitgelezen.

Het is weer een prachtig boek. Kenners (nou ja) verdelen het werk van Roth in een 'jonge Roth' en een 'oude Roth', waarbij de jonge vol hilarische woede zit, en de oude vol melancholie. Indignation is een beetje van allebei, een schreeuw van frustratie en verontwaardiging over de hypocrisie van de jaren vijftig.

Marcus Messner is de jonge, ambtieuze zoon van een kosjere slager uit Newark, die de overdreven angsten en zorgzaamheid van zijn vader probeert te ontvluchten door uit te wijken naar een college in Ohio. Maar daar laat men hem niet met rust: terwijl hij zich probeert af te zonderen, alleen maar te studeren om zoveel mogelijk 10en te halen, en in het weekeinde werkt in een bar om ervoor te zorgen dat zijn ouders niet helemaal krom hoeven te liggen, wordt hij gedwongen 'socialer' te zijn. En dat is uiteindelijk het begin van het einde. Hij laat zich in met een klein vergrijp, wordt gesnapt, van school gestuurd, en moet dan naar de Koreaanse oorlog, die hij niet overleeft.

Bitter is het historische nawoord waarin Roth erop wijst dat de regels die Messner overtrad, sinds de studentenrevolte van 1971 helemaal niet meer bestaan, en daarmee lijkt het inderdaad een protest tegen de enorm benauwende jaren vijftig. Maar tegelijkertijd: welke schrijver zondert zich ook weer af om het ene boek na het andere te schrijven, en zo allemaal tienen te halen?

(Eerder schreef ik hier over Operation Shylock, Exit Ghost, Portnoy's complaint, American pastoral, Everyman, The dying animal en The plot against America.)

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …