Doorgaan naar hoofdcontent

Michel Houellebecq & Bernard-Henri Lévi. Ennemis publics. Paris: Flammarion & Grasset, 2008.

Michel Houellebecq & Bernard-Henri Lévi. Ennemis publics Stel je voor dat Harry Mulisch en Gerard Reve in hun hoogtijdagen brieven aan elkaar waren gaan schrijven — twee op het oog volkomen verschillende persoonlijkheden die elkaar serieus bleken te nemen en het goed met elkaar konden vinden.

Zoiets is er gebeurd in Frankrijk, waar de linkse, idealistische, mediagenieke filosoof Bernard-Henri Lévy en de cynische, verlegen, opstandige, islamofobe romanschrijver Michel Houellebecq de eerste maanden van dit jaar met elkaar gecorrespondeerd hebben. Het is een verpletterende correspondentie geworden, die vooral gaat over de wonderlijke mengeling van het persoonlijke en het openbare in het leven van de schrijver aan het begin van de eenentwintigste eeuw. De schrijvers (nou ja, vooral Houellebecq) klagen over de manier waarop de media liegen over hun privé-leven, ze doen onderwijl allerlei confessies waarvan ze melden die nog nooit aan iemand anders te hebben gedaan. Houellebecq moet bovendien midden tijdens de correspondentie meemaken dat zijn eigen moeder een boek publiceert om hem zwart te maken. Hij reageert eigenlijk vooral boos en gewond op de idee hoe fijn journalisten dat gesmijt met modder zullen vinden.

Ondertussen leren de mannen elkaar beter kennen, en leert de lezer hen beiden ook beter kennen en waarderen (van Houellebecq heb ik alle romans gelezen, van Lévy verschillende reportages in boekvorm, over Sartre, over Daniel Pearl). Althans, Houellebecq schrijft ergens

nous sommes dans des zones si difficiles, que j'ai l'impression de forer un tunnel, plongé dans l'obscurité, et de vous entendre forer de votre côté, à quelques mètres

Een mooi boek, over hoe twee mannen proberen boven hun publieke imago uit te stijgen, door helemaal niet de vijanden zijn die dat imago zou vereisen, maar twee mensen die het allemaal ook niet zo goed weten, maar in ieder geval worden samengebonden door hun liefde voor boeken en voor Baudelaire.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …