Doorgaan naar hoofdcontent

Günther Grass. Die Blechtrommel. München: Deutscher Taschenbuchverlag, 2007 (1959).

Guenther Grass. Die Blechtrommel Door sommige meeslepende boeken wordt je niet meegesleept. Voor mij is Die Blechtrommel zo'n boek. Het bevat prachtige, meeslepende beelden, die ik waarschijnlijk nooit zal vergeten: de moeder die alles uitkotst als ze ziet hoe palingen uit een uit het water gevist paardenhoofd komen; de talloze littekens op de rug van de vriend die zich vergrijpt aan een beeld van Niobe; de verpleegster die denkt dat ze door de duivel wordt verkracht; de uienkelder waar de mensen alleen een ui krijgen om het open te snijden om eindelijk eens te kunnen huilen.

Dat is allemaal prachtig, dat is allemaal verontrustend, dat drukt allemaal een waarheid uit. Het is allemaal verteld in een prachtig Duits, een Duits dat zijn rechten weerneemt van prachtig te zijn, tegen de achtergrond van allerlei verschrikkingen, verontrustend te zijn en de Biedermeier van de naoorlogse tijd te verstoren door harde waarheden te krijsen.

Heel veel ervan zal me bijblijven. De demon die Oskar Matzerath was zal alle zelfgenoegzaamheid vijftig jaar geleden volkomen terecht uit de Duitse herinnering hebben getrommeld — het lijkt me op een bepaalde manier meer een onmiddellijk protest tegen die gezapigheid dan tegen de oorlog zelf. Ik zie dat het een meesterwerk is van de wereldliteratuur. Maar tegelijkertijd moet ik bekennen dat het boek me niet meesleepte, dat ik mezelf erdoorheen moest slepen, dat ik me er soms toe moest zetten om het ter hand te nemen om verder te lezen. Er is misschien te weinig voortstuwende kracht, er gebeurt voortdurend van alles in, maar er is te weinig lijn om een grote spanningsboog op te leveren. Die Blechtrommel is zoals ik het lees eerder een verzameling vignetten dan een roman.

Reacties

Peter Hoffman zei…
Het beeld wat mij het sterkst is bijgebleven is dat van de kleine Oscar onder de veellagige rok van zijn grootmoeder. Prachtig beschreven; stilistisch op een eenzaam niveau. Maar het lijkt of Grass wat al te verliefd is geweest op zijn eigen schepping; er komt geen einde aan, terwijl ik niet de indruk kreeg dat de oeverloosheid van zijn epos een dwingende noodzaak had. Vloeken in de kerk of niet: het had allemaal wel wat korter gekund.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …