8.2.09

Günther Grass. Die Blechtrommel. München: Deutscher Taschenbuchverlag, 2007 (1959).

Guenther Grass. Die Blechtrommel Door sommige meeslepende boeken wordt je niet meegesleept. Voor mij is Die Blechtrommel zo'n boek. Het bevat prachtige, meeslepende beelden, die ik waarschijnlijk nooit zal vergeten: de moeder die alles uitkotst als ze ziet hoe palingen uit een uit het water gevist paardenhoofd komen; de talloze littekens op de rug van de vriend die zich vergrijpt aan een beeld van Niobe; de verpleegster die denkt dat ze door de duivel wordt verkracht; de uienkelder waar de mensen alleen een ui krijgen om het open te snijden om eindelijk eens te kunnen huilen.

Dat is allemaal prachtig, dat is allemaal verontrustend, dat drukt allemaal een waarheid uit. Het is allemaal verteld in een prachtig Duits, een Duits dat zijn rechten weerneemt van prachtig te zijn, tegen de achtergrond van allerlei verschrikkingen, verontrustend te zijn en de Biedermeier van de naoorlogse tijd te verstoren door harde waarheden te krijsen.

Heel veel ervan zal me bijblijven. De demon die Oskar Matzerath was zal alle zelfgenoegzaamheid vijftig jaar geleden volkomen terecht uit de Duitse herinnering hebben getrommeld — het lijkt me op een bepaalde manier meer een onmiddellijk protest tegen die gezapigheid dan tegen de oorlog zelf. Ik zie dat het een meesterwerk is van de wereldliteratuur. Maar tegelijkertijd moet ik bekennen dat het boek me niet meesleepte, dat ik mezelf erdoorheen moest slepen, dat ik me er soms toe moest zetten om het ter hand te nemen om verder te lezen. Er is misschien te weinig voortstuwende kracht, er gebeurt voortdurend van alles in, maar er is te weinig lijn om een grote spanningsboog op te leveren. Die Blechtrommel is zoals ik het lees eerder een verzameling vignetten dan een roman.

1 opmerking:

Peter Hoffman zei

Het beeld wat mij het sterkst is bijgebleven is dat van de kleine Oscar onder de veellagige rok van zijn grootmoeder. Prachtig beschreven; stilistisch op een eenzaam niveau. Maar het lijkt of Grass wat al te verliefd is geweest op zijn eigen schepping; er komt geen einde aan, terwijl ik niet de indruk kreeg dat de oeverloosheid van zijn epos een dwingende noodzaak had. Vloeken in de kerk of niet: het had allemaal wel wat korter gekund.