Doorgaan naar hoofdcontent

Edward O. Wilson. On human nature. Cambridge, Mass: Harvard, 2004 (1978).

Edward O. Wilson. On human nature De mens is een aap. Jaja. En het gedrag van de mens kan en moet daarom in de eerste plaats begrepen worden als het gedrag van apen, dus uit een biologisch oogpunt. Dat was dertig jaar geleden de stelling van Edward Wilson en kennelijk was dat controversieel. In een voorwoord dat Wilson in 2004 schreef voor een nieuwe druk, legt hij uit hoe dat volgens hem komt: in de jaren zeventig waren alle academici halve marxisten die werkten met een model van de menselijke geest als een blanco blad, die niets moesten hebben van biologische gepredisponeerdheid. En die geesteswetenschappers begrijpen niets van de echte, de harde wetenschap, dat vond hij eigenlijk in 1978 ook al.

Ik geloof niet dat ik een marxist ben en ik vind het heel aannemelijk dat je menselijk gedrag in biologische termen kunt begrijpen. Maar ik vind niet dat Wilson erg overtuigend is. Hij geeft niet echt veel concrete voorbeelden van fenomenen die je beter uit een biologisch oogpunt kunt begrijpen dan uit een cultuurwetenschappelijk oogpunt. Misschien is dat wel eerder de reden dat zijn sociobiologie indertijd niet zo succesvol was, dan dat iedereen maar vol vooroordelen zit.

Neem de oorlogsvoering van de Mundurucú. Wilson legt omstandig uit dat er allerlei 'biologische' (dat wil zeggen externe) omstandigheden zijn die het bijna noodzakelijk maken dat Mundurucú veel oorlog voeren. Zelf hebben ze wel allerlei mythologische verhalen over waarom zij zo'n fantastisch volk zijn, maar die verhalen zijn minder plausibel dan het biologische.

Maar dat is het punt helemaal niet. Je zou willen weten waarom die verhalen dan toch verteld worden — en daar dan een biologische verklaring voor willen geven, want dat is het feitelijke culturele verschijnsel. Eigenlijk bespreekt Wilson alleen maar heel algemene eigenschappen van de menselijke cultuur. Hij legt het verband niet met de ingewikkelder, de 'hogereorde' verschijnselen. Dat is waarschijnlijk ook heel moeilijk om te doen, en daar wringt het hem nu net. Uiteindelijk moet waarschijnlijk alle menselijke gedrag inderdaad in biologische, in natuurwetenschappelijke zin verklaard worden. Maar de menselijke cultuur is vooralsnog zo complex, dat we aan een zinnige reductie nog lang niet toe zijn.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …