11.6.09

Martin Walser. Ein liebender Mann. Reinbek: Rowohlt Verlag, 2008

Martin Walser. Ein liebender Mann Als 73-jarige man wordt Goethe verliefd op de 19-jarige Ulrike - en zij misschien ook wel een beetje op hem. Het is een vakantieliefde, die ontstaat terwijl ze in hetzelfde kuuroord verblijven en die eigenlijk nog niet eens zozeer tenonder gaat vanwege de afkeuring van de omgeving alswel door zijn eigen onmogelijkheid. Goethe trekt zich terug in zijn verliefdheid, schrijft brieven aan zijn grote liefde waarvan het niet eens duidelijk is of hij ze ooit inderdaad verstuurt -- tot je op de laatste bladzijde te horen krijgt dat Ulrike bij haar dood vele decennia later een stapeltje brieven, die vermoedelijk van Goethe waren, liet verbranden.

Iedereen die iets over dit boek zegt, vertelt erbij dat er de laatste jaren heel veel boeken verschijnen over liefdes tussen oudere mannen en veel jongere vrouwen. Dit boek is bijzonder omdat de liefde niet geconsumeerd wordt en zich voor het allergrootste deel wel heel duidelijk in Goethes hoofd lijkt af te spelen, of preciezer gezegd in zijn taal: alles moet geformuleerd worden, alles moet worden opgeschreven, of het heeft niet bestaan.

Grappig daarbij is dat het laatste deel van het boek bestaat uit die brieven van Goethe, die heel duidelijk door Walser geschreven zijn: zo informeel, zo 21e-eeuws drukte Goethe zich niet uit. Maar dat hoefde hij ook niet, dat heeft Walser voor hem gedaan. En daarmee heeft hij uiteindelijk vooral uitdrukking gegeven aan de zorgen en de pijn van het ouder worden, en aan de troost die de literatuur daarbij kan bieden.

Geen opmerkingen: