Doorgaan naar hoofdcontent

Albino Pierro. De kus van het middaguur. 9endertig liefdesgedichten. Rotondella: Archivia, 2008.

Vertaling: Maria van Daalen, Antonio Petrocelli, Silvia Terribili

Albino Pierro. De kus van het middaguur. 9endertig liefdesgedichten Albino Pierro dichtte zijn werk in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de twintigste eeuw in het dialect van zijn geboortedorp, Tursi. Zoals meer Europese dialectdichters werd die keuze waarschijnlijk deels ingegeven door nostalgie: door zijn studie en door zijn intellectuele bestaan, bracht hij vrijwel zijn hele volwassen leven buiten Tursi voor. Hij was dan ook een dialectpurist -- ook dat deelt hij met veel andere dialectdichters -- die zijn vrienden soms midden in de nacht opbelde om te vragen naar een zuivere dialectuitdrukking.

Dit alles weet ik uit een inleiding uit een bloemlezing die een Italiaanse uitgever heeft uitgebracht van Pierro's werk in drie tallen: het Tursitaans, het Italiaans en het Nederlands. De uitgave heeft waarschijnlijk als eerste bedoeling om de Nederlandse lezer bekend te maken met het werk van Pierro, en in dat opzicht is het opvallend dat de inleidingen allemaal door Italianen geschreven zijn (en door Terribili en Van Daalen ook vertaald). Er is zelfs een stuk van Antonio Petrocelli, die als eerste de proza-vertaling heeft gemaakt naar het Italiaans die vervolgens als de basis voor de Nederlandse tekst heeft gediend, over de problemen die hij daarbij tegenkwam. Een dergelijk stuk over het Nederlands ontbreekt echter. Uiteindelijk lijkt De kus van het middaguur eerder een Italiaanse dan een Nederlandse uitgave; wie googelt komt ook vooral Italiaanse websites tegen.

Ik kan helaas niet zeggen dat de bloemlezing me veel dichter bij Pierro heeft gebracht. Neem het volgende begin van een gedicht:

E cché sùu ié, cché sùu,
cchi mirité stu chiante tue?
Nu ghiòmmere di ferre spinète
ch'è rumèse nd'u foche,
chiste sùu;

Wat ben ik toch voor een man
dat ik jouw verdriet verdiend heb?
Een kluwen prikkeldraad
achtergebleven in het vuur
dat ben ik;

Bij het geschreven Tursitaans kan ik me weinig voorstellen, maar je krijgt het gevoel dat een belangrijke kracht van Pierro de klank van zijn taal is. Ik voel die kracht niet in het Nederlands. In zijn inleiding legt Petrocelli uit dat hij in zijn prozavertaling het woord ghiommere 'kluwen' heeft weergegeven als grivoglio (prikkeldraad) omdat dit woord met zijn g's en r'en beter de klankstructuur weergeeft van het origineel. Daar hadden de Nederlandse vertalers ook voor kunnen kiezen: kluwen klinkt zachter dan prikkeldraad, en misschien in deze context inderdaad wel te slap.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …