Doorgaan naar hoofdcontent

George Orwell. In Defence of English Cooking. London: Penguin, 2005.

George Orwell. In Defence of English Cooking Hoe kan het dat mensen - en vooral intellectuelen - de eenvoudige werkelijkheid niet zien hoe duidelijk die niet is? Hoe kan het bijvoorbeeld dat Europese communisten in de jaren veertig niet inzagen dat Rusland alleen nooit van Nazi-Duitsland had kunnen winnen? Dat is een vraag die George Orwell, van wie in dit boekje enkele essays verzameld zijn, zijn levenlang lijkt te hebben beziggehouden.

Orwell wordt algemeen beschouwd als een belangrijke Engelsalige essayist, maar een van zijn grootste bewonderaars is waarschijnlijk Noam Chomsky, zelf een niet onbelangrijk politiek denker. Hij heeft de term Orwell's Paradox bedacht voor die onverklaarbare onwetendheid van mensen die beter zouden moeten weten. Tegelijkertijd vallen me, als ik Orwell's essays met Chomsky's ogen lees, toch ook wel op dat de twee denkers het op een aantal punten grondig oneens moeten zijn. Zo is Orwell in deze essays voor alles een individualist, iemand die het 't allerbelangrijkst vindt dat de mens voor zichzelf denkt, zijn eigen mening vormt en zich daarbij zo weinig mogelijk aantrekt van anderen. Chomsky trekt zich in de praktijk ook bijzonder weinig aan van wat anderen vinden, maar lijkt toch ook af en toe wat ideologischer. Volgens Orwell bestaat er bijvoorbeeld een vorm van nationalisme die zich tegen het eigen land keert, en vooral kritiek op het eigen land en het eigen systeem keert. Daar is Chomsky vaak van beschuldigd -- en hoewel daar meer over te zeggen valt, krijgt de lezer van Chomsky inderdaad soms het gevoel dat de Amerikaan er bijzonder genoegen in lijkt te scheppen het feilen van Amerika aan te wijzen.

Maar uiteindelijk zijn allebei de denkers vooral graag dwars. Orwell is daarbij af en toe wat frivoler en haalt dan zijn gelijk in een verdediging van de Engelse keuken, waarvan hij overtuigend aantoont dat die helemaal niet zo slecht is, zolang je hem niet in de duurdere restaurants zoekt, maar bij de Engelsen thuis.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…