Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. I married a communist. New York: Vintage, 1999 (1998)

Philip Roth. I married a communist. New York: Vintage, 1999 (1998) Ira Ringold is een communist die ook wil leven, een jongen van eenvoudige afkomst die in de jaren veertig trouwt met de filmster Eve Frame, en een verhouding begint met de vriendin van haar dochter. Die zelf acteert en beroemd wordt, maar zijn afkomst niet verloochent en die altijd bewondering blijft houden voor zijn steile communistische vriend Johnny O'Day. Maar het einde is onontkombaar: het huwelijk met Eve strandt, en onder invloed van haar glamour-vrienden publiceert zij een boek waarin ze beweert dat Ringold een belangrijke schakel is in een communistisch complot om de Amerikaanse amusementsindustrie in handen te krijgen. Ringold wordt zo een van de eerste slachtoffers van het McCarthy-tijdperk.

Op internet heb ik wat oude recensies van dit boek gelezen, waarin de nadruk erg wordt gelegd op het feit dat niet lang voordat dit boek verscheen de ex van Philip Roth een boek publiceerde over hun mislukte huwelijk. I married a communist zou een in rancune gedrenkte afrekening zijn.

Die recensenten hebben dit boek heel anders gelezen dan ik. Natuurlijk zijn er overeenkomsten met wat Roth gebeurde, maar ik zie helemaal niet waar die rancune uit blijkt. Eve komt er helemaal niet zo slecht vanaf in dit boek — er wordt duidelijk gemaakt dat het boek vooral geschreven wordt door de familie Grant met wie ze bevriend is om de ambitie van meneer Grant om Republikeins parlementariër te worden meer kansen te geven. En bovendien is het verhaal hier zo duidelijk ingebed in de communistenjacht uit de jaren veertig en vijftig dat het volkomen losraakt van wat de auteur zelf kan zijn gebeurd.

In plaats daarvan vinden we weer allerlei thema's van Roth, zoals de moeilijke zoektocht naar identiteit en de onontwarbare kluwen van fantasie en werkelijkheid. Natuurlijk heeft Roth naar dat boek van zijn ex-vrouw verwezen; maar het lijkt bijna of de weinig begripvolle reactie van die recensenten zélf uit een boek van Roth komt: ze zien alleen de buitenkant, maar kennen de lui daarom nog niet.

I married a communist vormt samen met American Pastoral en The human stain een soort trilogie waarin Roth's alter ego Nathan Zuckermann verhalen vertelt over verschillende perioden in de Amerikaanse geschiedenis. Volgens veel kenners is dit misschien het minst van de drie en wie weet hebben de kenners daar gelijk in. Maar dat komt dan vooral doordat die andere twee zo weergaloos zijn. Vooral het einde van I married a communist, waarin alles rondom Ira Ringold nog net iets verschrikkelijker blijkt te zijn geweest dan je dacht, en je merkt dat je allerlei aanwijzingen daarvoor in de loop van het verhaal gemist hebt, is prachtig.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …