Doorgaan naar hoofdcontent

Philip Roth. Patrimony. New York: Library of America, 2008 (1991).

Philip Roth. Novels and other narratives 1986-1991 De vader van Philip Roth is dood. Op 86-jarige leeftijd is hij gestorven aan de gevolgen van een hersentumor. Dat is weliswaar al ongeveer twintig jaar geleden gebeurd, maar ik heb het nieuws pas nu tot me door laten dringen, doordat ik Roths roman over de laatste maanden van zijn vader las, Patrimony. A true story.

Een waargebeurd verhaal als ondertitel, dat geeft bij deze schrijver altijd te denken, ja, dat roept op tot wantrouwen. Roth heeft meer boeken geschreven die zogenaamd waargebeurd zijn en zelfs over Philip Roth gaan, maar tegelijkertijd onmiskenbaar versonnen zijn (Operation Shylock bijvoorbeeld). Maar dan verbaast de schrijver je toch weer — door nu ineens volkomen oprecht te lijken te zijn.

Dat wil niet zeggen dat hij niet zelfs in dit boek speelt met de grenzen tussen fantasie en werkelijkheid. Wanneer Philip naar zijn vader rijdt om die het slechte nieuws te brengen van de tumor, rijdt hij in gedachten per ongeluk verkeerd, en komt uit bij de begraafplaats waar zijn moeder zeven jaar eerder begraven is. Dat is te mooi om waar te zijn, en daar denkt de schrijver in het boek ook over na; maar het is ook te mooi om te zijn verzonnen.

Nog een voorbeeld: in het boek komt ook een vriend van Roths vader voor, een holocaust-overlever die door Philip aan een uitgever moet worden geholpen. Op een etentje geeft die vriend een paar proefbladzijden te lezen: ze blijken te bestaan uit pornografie van de slechtste soort, eindeloze opsommingen van welke vrouwen de hoofdpersoon hoe allemaal tijdens zijn onderduikperiode in Berlijn heeft bezeten.

Maar vooral is het een liefdevol portret van de vader, de man die het als verzekeringsagent bij een half-antisemitisch bedrijf in het Amerika van de jaren dertig en veertig gemaakt heeft door te werken en nog eens te werken, een man die nu dwars en opstandig en onredelijk en vuil is, maar vooral wil leven. Een man die worstelt met zijn geloof en zijn gevoelens voor zijn kinderen, die onredelijk is tegen de vriendin die hij na de dood van zijn vrouw gekregen heeft, maar die uiteindelijk en daardoor een mens is zoals u en ik.

Ik heb Patrimony gedeeltelijk gelezen op de fiets, als een illegaal gedownloaded luisterboek, waarin het verhaal prachtig wordt voorgedragen door een Amerikaanse acteur die vader Roth ook nog eens een heel mooie stem weet te geven. Doordat het die acteur is die het leest, de acteur die zichzelf Philip Roth noemt, komt er toch ineens weer een laag van fictie over de autobiografie. Het houdt nooit op in de wereld van Roth.

Reacties

locker zei…
Roth lezen of aanhoren op de fiets is niet alleen gevaarlijk tegenwoordig, maar ook oneertbiedig tov de begenadigde schrijver. Neem dan liever lichtere kost zoals die van boekenopener.punt.nl achter je laptop voor een prik.
locker

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …