Doorgaan naar hoofdcontent

Thomas Mann. Der Zauberberg. Frankfurt: G.B. Fischer, 1954 (1924).

Thomas Mann Ik heb de Zauberberg gelezen!

Voor mij was dat vele, vele jaren lang een gebergte waarvan ik me bijna niet kon voorstellen dat ik het ooit zou beklimmen; zo'n boek waarvan ik nauwelijks kon geloven dat iemand het ook echt las, zo dik, zo Duits, zo dreigend. Maar nu heb ik het dus echt gelezen. En ik heb er niet veel langer dan een (vakantie)week over gedaan. En ik heb ervan genoten.

De taal is prachtig, de toon is ongelofelijk muzikaal en de schrijver geeft zijn lezers van alles om over na te denken. En dan bedoel ik eigenlijk niet vooral de inhoud van de vele gesprekken die Hans Castorp, de hoofdpersoon, voert met de andere bewoners van het sanatorium in de Alpen waar hij komt om drie weken lang zijn zieke neef te bezoeken, maar waar hij uiteindelijk zeven jaar blijft. Ik bedoel vooral de spelletjes die Mann speelt met het uitdijen en inkrimpen van de tijd, of (iets minder aan de oppervlakte) met de geografie.

Hans Castorp en de andere bewoners maken maar één onderscheid: dat tussen 'Ons Hierboven' en het 'Flachland'. Maar ondertussen lijkt het mij geen toeval dat het sanatorium zich recht in het midden van Europa bevindt, en dat de vier belangrijkste gesprekspartners van de Hamburger Castorp uit vier hoeken van Europa komen: de rationalist Settembrini uit Italië, de oerkatholiek Naphta uit Spanje, de aardse Mynheer Peeperkorn uit Nederland en de geliefde Chauchat uit Rusland. Onder heel veel meer gaat het boek over Europa, en over Duitslands plaats in Europa. In een discussie werpt Settembrini Castorp voor de voeten dat hij niet stil kan blijven, dat als hij geen woorden gebruikt, dat als Duitsland geen woorden gebruikt om te kiezen in deze roerige tijden, dat het dan misschien geweld gaat gebruiken. En inderdaad verschijnt Castorp aan het eind van het boek — weliswaar niet zwijgend maar zingend — op het slagveld.

Want het boek gaat, nog steeds onder heel veel meer, ook over de relatie tussen woord en daad. Het is een ode aan de taal, ongetwijfeld, maar ook een enigszins wanhopige ode, want op het eind schieten woorden tekort. Niet alleen in de Grote Oorlog, maar vlak daarvoor, wordt ook de eeuwig lijkende discussie tussen Settembrini en Naphta op een dramatische manier beslecht, namelijk doordat de laatste zich in een duel doodschiet.

In een voorwoord zegt Mann dat je de Zauberberg eigenlijk twee keer moet lezen om de muziek goed te begrijpen. Daar ben ik nu te ongeduldig voor. Maar ik hoop dat ik tijd van leven heb voor een tweede ronde.

Ik heb de Zauberberg gelezen en het heeft me een beetje veranderd. Al is het maar doordat ik nu kan zeggen dat ik iemand ben die de Zauberberg gelezen heb.

Reacties

In het Duits? Respect.

Ik las de Nederlandse vertaling jaren geleden op vakantie. Ik had me 's nachts geposteerd onder een van de lantaarnpalen van de camping, bij gebrek aan eigen verlichting. Het hoongelach dat opklonk uit de omringende tentjes kon me niets schelen. Wat een volzinnen kon die man/Mann schrijven...

Ik hoop dat u dingen aangestreept of notities gemaakt hebt. Angstaanjagend hoe snel de inhoud van zo'n dik boek wegzinkt in de herinnering.
't Manneke, vandaag ook precies vierenvijftig jaar geleden komen te gaan.

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …

Paul Celan. Verzamelde gedichten. Amsterdam: Meulenhoff, 2003.

Met een vertaling van Ton Naaijkens.Dit is het verslag van een mislukking. Paul Celan is een groot dichter die ook in Nederlandgerespecteerde liefhebbers heeft, en door een van hen, de hoogleraar Duits en vertaalwetenschap Ton Naaijkens, in het Nederlands is vertaald. Celans verhaal - dat van een Duitstalige Roemeense Jood die na de oorlog het Duits opnieuw moest uitvinden om een glimp de verschrikkingen op te kunnen schrijven - is indrukwekkend, en zijn Verzamelde gedichten zijn in het Nederlands ongehoord prachtig opgeschreven.Maar het boek ziet er ook uit als een brok geblakerd beton, en het is me niet gelukt om er doorheen te breken. Ik begrijp niet wat ik als lezer verondersteld wordt te doen met een gedicht als:Das umhergestossene
Immer-Licht, lehmgelb,
hinter
PlanetenhäuptenErfundene
Blicke, Seh-
narben,
ins Raumschiff gekerbt,
betteln im Erden-
münder.(Het alle kanten op gestoten
steeds licht, leemgeel,
achter
planetenhoofden.Bedachte
blikken, kijk-
krassen, diep
in het ruimte…