Doorgaan naar hoofdcontent

Gerrit Berveling. Odoj kaj aliaj poemoj. Zwolle: Voko, 2009.

Gerrit Berveling. Odoj kaj aliaj poemoj Gerrit Berveling (1944) is een Nederlandse leraar klassieke talen en daarnaast een dominee bij de remonstrantste broederschap, zo'n beetje het meest vrijzinnige gezelschap ter wereld dat zich nog wel christelijk noemt. Ik ken hem als Esperantist, als dichter in die taal, als vertaler van allerlei werken uit vooral het Grieks en het Latijn, maar ook bijvoorbeeld van Twee vrouwen van Harry Mulisch. Vele jaren geleden heb ik hem voor het eerst ontmoet, ik was toen student in Tilburg, en we spraken over vertalingen van Horatius in het Esperanto. Vorige week kwam ik hem weer tegen en toen gaf hij mij dit in eigen beheer uitgegeven bundeltje met eigen poëzie.

Het bundeltje bestaat voor een groot deel door 'oden' die in een maatsoort zijn geschreven, een behoorlijk ingewikkeld ritmisch schema. Berveling heeft zich kennelijk de afgelopen twintig jaar - het oudste gedateerde gedicht stamt uit 1991 - toegelegd op het toepassen van die vorm. Hij doet dat op gedichten die inhoudelijk vooral over politieke onderwerpen gaan: de oorlogen in Irak, vrouwenrechten, de acceptatie van homoseksualiteit. De toon is er vooral een van verontwaardiging: de dichter zit achter zijn tv-scherm en wint zich op over wat er gebeurt. Het oudste gedicht, dat de bundel ook opent, begint zo:

Odo pri la Tria Mondmilito

Vi kion pensas pri la Milit', amik'?
Ghi shajne chesis, lau televid-asert',
   sed mi ne fidas ties bildojn,
      tro obeemajn al Vol'Usona

(Ode over de Derde Wereldoorlog) Wat vind jij over de Oorlog, vriend? Hij is kennelijk afgelopen, volgens de tv, maar ik vertrouw diens beelden niet, ze zijn te gehoorzaam aan de wil van de VS.)

Het beeld van iemand die zich achter zijn tv zit op te winden over het onrecht in de wereld doemt vaker op. Wat beweegt iemand om een wrokkig gedicht te publiceren in een lang vergeten metrum over een lang vergeten oorlog (de Eerste Golfoorlog) in een ook al bijna vergeten taal? Dat moet vooral een grenzeloze strijdlust zijn voor die taal zijn en de dichtkunst. In huiskamers wordt achter tv's veel nobele strijden gestreden; wat je ook van het resultaat mag vinden, Gerrit Berveling strijdt al decennia in zijn woonkamer de zijne.

Reacties

pistike65 zei…
woonkamergerilla of ver-van-mijn-bed-show-kijker?
remonstrantendemonstratie!
Dichter, denker, dominee!

Ik ben een fan van GB!

István Ertl

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …