Doorgaan naar hoofdcontent

William Shakespeare. A Midsummer Night's Dream. London: BBC, 1981 (1596).

William Shakespeare. A Midsummer Night's Dream De Nederlandse vertaling van Shakespeares Midzomernachtsdroom kende ik ooit vrijwel uit mijn hoofd. Ik speelde in een orkest dat een voorstelling begeleidde en hoorde het stuk dus heel vaak voorbij komen. Ik kon niet op het toneel kijken, maar de tekst beitelde zich in mijn hoofd.

Dat is inmiddels meer dan twintig jaar geleden. Sindsdien heb ik het stuk een aantal maal gezien, als film en in het theater. De Nederlandse tekst klonk altijd door — waar het in 'mijn' voorstelling grappig was geweest, wilde ik dat het nu ook grappig was, want de regie die ik begeleidde had de nadruk liggen op de humor.

Hoe grappig is de Midzomernachtsdroom? De Nederlandse tekst begint langzaam weg te zakken, en ik zag nu vooral parallellen met de Metamorphosen van Ovidius, dat ik onlangs gelezen heb. Dat komt niet alleen doordat in ieder geval het verhaal over Pyramus en Thisbe uit het boek van de Romeinse voorganger komt, maar de Midzomernachtsdroom is een stuk vol veranderingen: de eenvoudige handwerkslieden veranderen in toneelspelers, Spoel de Wever verandert in een ezel, de verliefden veranderen het object van hun liefde heen en weer terug, enz. Het stuk heeft bovendien in zekere zin een soortgelijke zorgeloze wreedheid, die vooral wordt belichaamd in Puck die alles vooral alleen maar lollig lijkt te vinden.

Het is bijna onmogelijk om Shakespeare onbevangen te lezen. Het is per slotte Shakespeare, bijna iedereen kent zijn stukken als het ware uit het hoofd. Maar hoe grappig is het nu echt? Het toneelstuk over Pyramus en Thisbe is waarschijnlijk nog steeds een van de hoogtepunten van de komische literatuur: een parodie op een vorm van toneelkunst die nog altijd bestaat, en een absurdistische sketch ineen. Ook de scenes in het bos, waarin ineens beide mannen verliefd zijn op de versmade Helena blijven altijd grappig. Maar de rest? De rest is onheilspellend, duister (wat moet Oberon met dat jongetje dat hij van Titania afpakt?) en verontrustend. Welke bosgeest zit er achter ons geluk?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…