Doorgaan naar hoofdcontent

Onno Blom en Ilja Leonard Pfeijffer. Oude en nieuwe Leidsche. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2009.

Onno Blom en Ilja Leonard Pfeijffer. Oude en nieuwe Leidsche Een boek met verhalen over Groningen of Arnhem zou ik nooit hebben gelezen, maar in Leiden woon ik toevallig, dus deze 'kloeke bundel' (flaptekst) heb ik meteen gekocht toen ik hem bij de Ako op het Leidse station zag liggen.

De inleiding is raar. Oude en nieuwe Leidsche begint zo:

Leiden is beter dan Amsterdam. Je hoeft niet eens zo heel veel verstand te hebben van belangrijke dingen om dat in te zien.

Eerste zin van de tweede, eerste zin van de derde en eerste zin van de vierde alinea:

Maar waarom moeten we het eigenlijk hebben over Amsterdam? ...
Er zijn sowieso te veel schrijvers en zeker in Amsterdam. ...
Amterdam is tot op het bot provinciaal. ...

Is Leiden daarmee goed neergezet, de zoveelste stad waar men als beste kwaliteit kan aanvoeren dat men Amsterdam niet is? Dat blijkt eigenlijk niet uit de verhalen, waarin de hoofdstad verder nauwelijks voorkomt. (De enige uitzondering is een verhaal van Karel van het Reve waarin hij de roerige opstand van Amsterdamse studenten in de jaren zestig vergelijkt met de gezapige bezetting van een achterafzaaltje in het Leidse Academiegebouw.)

Er blijken maar weinig verhalen te zijn van mensen die in Leiden geboren en getogen zijn. Een prominent genre is natuurlijk het studentenverhaal, van Klikspaan tot Boudewijn Büch, over de dekselse antiburgerlijke student. Dat vond ik niet de leukste verhalen, zoals ik ook de verhalen die vooral gaan over de Breestraat en de Doelenstraat en de Hogewoerd en de Haarlemmerstraat en wat je nog meer kunt bedenken aan couleur locale niet het allerleukst vond (een 'verhaal' is een ingezonden brief van Huizinga uit 1923 waarin hij betoogt dat de Lange Mare niet gedempt moet worden). Het mooist vond ik de verhalen die zich min of meer toevallig in Leiden afspeelden, zoals het verhaal van A.F.Th. van der Heijden die vanuit Wassenaar in een dronken bui besluit naar een restaurant in Leiden te gaan en daar in een handgemeen verzeild geraakt. Dat verhaal had zich ook in Groningen kunnen afspelen, of in Arnhem, al had ik het in dat geval niet gelezen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …