15.11.09

Onno Blom en Ilja Leonard Pfeijffer. Oude en nieuwe Leidsche. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2009.

Onno Blom en Ilja Leonard Pfeijffer. Oude en nieuwe Leidsche Een boek met verhalen over Groningen of Arnhem zou ik nooit hebben gelezen, maar in Leiden woon ik toevallig, dus deze 'kloeke bundel' (flaptekst) heb ik meteen gekocht toen ik hem bij de Ako op het Leidse station zag liggen.

De inleiding is raar. Oude en nieuwe Leidsche begint zo:

Leiden is beter dan Amsterdam. Je hoeft niet eens zo heel veel verstand te hebben van belangrijke dingen om dat in te zien.

Eerste zin van de tweede, eerste zin van de derde en eerste zin van de vierde alinea:

Maar waarom moeten we het eigenlijk hebben over Amsterdam? ...
Er zijn sowieso te veel schrijvers en zeker in Amsterdam. ...
Amterdam is tot op het bot provinciaal. ...

Is Leiden daarmee goed neergezet, de zoveelste stad waar men als beste kwaliteit kan aanvoeren dat men Amsterdam niet is? Dat blijkt eigenlijk niet uit de verhalen, waarin de hoofdstad verder nauwelijks voorkomt. (De enige uitzondering is een verhaal van Karel van het Reve waarin hij de roerige opstand van Amsterdamse studenten in de jaren zestig vergelijkt met de gezapige bezetting van een achterafzaaltje in het Leidse Academiegebouw.)

Er blijken maar weinig verhalen te zijn van mensen die in Leiden geboren en getogen zijn. Een prominent genre is natuurlijk het studentenverhaal, van Klikspaan tot Boudewijn Büch, over de dekselse antiburgerlijke student. Dat vond ik niet de leukste verhalen, zoals ik ook de verhalen die vooral gaan over de Breestraat en de Doelenstraat en de Hogewoerd en de Haarlemmerstraat en wat je nog meer kunt bedenken aan couleur locale niet het allerleukst vond (een 'verhaal' is een ingezonden brief van Huizinga uit 1923 waarin hij betoogt dat de Lange Mare niet gedempt moet worden). Het mooist vond ik de verhalen die zich min of meer toevallig in Leiden afspeelden, zoals het verhaal van A.F.Th. van der Heijden die vanuit Wassenaar in een dronken bui besluit naar een restaurant in Leiden te gaan en daar in een handgemeen verzeild geraakt. Dat verhaal had zich ook in Groningen kunnen afspelen, of in Arnhem, al had ik het in dat geval niet gelezen.

Geen opmerkingen: