Doorgaan naar hoofdcontent

Tim Westover. Marvirinstrato. Lawrenceville: Literaturo.net, 2009.

Tim Westover. Marvirinstrato. Een van de problemen die altijd blijven knagen aan de sprookjeslezer: wat voor taal spraken die pratende konijnen en zeemeerminnen eigenlijk heel, heel lang geleden in een land hier ver vandaan? De jonge Amerikaanse schrijver Tim Westover heeft dat probleem nu opgelost. In zijn debuutbundel, die bestaat uit een verzameling sprookjesachtige korte verhalen, praat iedereen Esperanto met elkaar, en vindt dat heel gewoon. Ook de straatnamen zijn er geheel vanzelfsprekend in het Esperanto, zoals de straat waar de zeemeermin woont: de marvirinstrato (mar=zee, virin=vrouw, strato=straat).

Westover lost daarmee in één klap een ander probleem op: waar wonen er eigenlijk geloofwaardige personages die op een natuurlijke manier met elkaar in het Esperanto communiceren? Het wereldje van de Esperanto-sprekers is nogal beperkt, en om pakweg een stelletje Amerikanen de hele tijd in die taal te laten praten, dat klinkt op den duur nogal vertalerig.

Marvirinstrato is een heel jong, een heel vrolijk en speels boek. Aan goeie sprookjes valt het plezier van fantaseren af te lezen, de verrukking van een wereld waarin ineens alles mag en alles kan. Westover heeft dat plezier, in zijn verhalen over faraomeel waarmee de ware huisvrouw werkelijk alles kan (taarten bakken, je huid verzorgen, een huis verbouwen, en ga zo maar door). Aan het eind van ieder verhaal, in de laatste zin of in ieder geval de laatste alinea zit vaak een verrassende draai. Mooi vond ik het eerste verhaal over een visje dat met een man mee mag die vanuit de hete woestijn op weg is naar het hoge noorden. Daar hakt hij een berg ijs uit, die hij terugvervoert naar het zuiden. Onderweg smelt er steeds meer van het ijs weg, en als de man uiteindelijk terug is bij zijn opdrachtgever, de koning, heeft hij alleen nog een klontje over. Dat klontje draagt de koning vervolgens zo snel mogelijk naar een willekeurige stadsbewoner, want zo'n bijzonder genoegen als het proeven van ijs moet niet door de hoogwaardigheidsbekleder zelf gedragen worden. Als het visje dan aan zijn reisgenoot, de ijshakker, vraagt wat hij het liefst zou willen, zegt deze: ooit de man zijn die het ijs krijgt.

De schrijver biedt Marvirinstrato niet alleen aan via de gebruikelijke Esperanto-boekwinkels, maar ook via Amazon. Bovendien biedt hij het gratis als e-book aan op eigen website.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …